Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2:1

Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Onderdeel van Subsidieregeling Sterke pedagogische basis Leidschendam-Voorburg 2026

Het college verstrekt uitsluitend subsidies voor activiteiten die onderbouwd bijdragen aan de in deze subsidieregeling opgenomen beleidsdoelen. Deze doelen dienen in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde geldende beleidskaders, ambities, beleidsdoelen, uitgangspunten et cetera te worden bezien. De voor deze subsidieregeling relevante beleidskaders betreffen in ieder geval: Sociaal Kompas 2017-2020 (1821889) Aanscherping Sociaal Kompas (2217) Visie op de sociale basis (3898) Lokale Educatieve Agenda (3230) Actieplan Jeugd (3975) Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor: Activiteiten op het gebied van jeugdgezondheidszorg: ouders en jeugdigen informatie, advies en laagdrempelige ondersteuning bieden bij het opvoeden en opgroeien, waar mogelijk op collectieve basis. Daarbij wordt gestreefd naar normaliseren, een afname van opvoedingsverlegenheid en het vergroten van het vertrouwen in het eigen kunnen. Waar mogelijk worden ouders gestimuleerd elkaar op te zoeken en zich aan elkaar op te trekken. De activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten op school: bieden van informatie, advies en laagdrempelige (bij voorkeur collectieve) ondersteuning van schoolgaande kinderen en hun ouders bij vragen over of uitdagingen binnen het opvoeden en opgroeien. Daarnaast is aandacht voor het binnen het onderwijs bespreekbaar maken van de mentale ontwikkeling/mentale gezondheid van jeugdigen. Activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn: Schoolmaatschappelijk werk voor kinderen van 0-4 jaar, op het primair onderwijs en op het voortgezet onderwijs. Dit is inclusief coördinatie van complexe casuïstiek. Voor deze activiteit kan subsidie worden verleend aan 1 penvoerder. Activiteiten op het gebied van opvoedondersteuning: ouders informatie, advies en laagdrempelige ondersteuning bieden bij de opvoeding van hun kind. Daarbij wordt gestreefd naar normaliseren, een afname van opvoedingsverlegenheid en het vergroten van het vertrouwen in het eigen kunnen. Waar mogelijk worden ouders gestimuleerd elkaar op te zoeken en zich aan elkaar op te trekken. De activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn: Informatie en advies met betrekking tot de ontwikkeling en/of het gedrag van kinderen Opvoedadvies- en trainingen Thuisbegeleiding Inlooppunt(en) gericht op het bevorderen van de hechting tussen ouder en kind, ontmoeten tussen ouders en opvoedadvies, in aanwezigheid c.q. onder begeleiding van een pedagogisch medewerker Activiteiten op het gebied van relatieproblematiek: het voorkomen van complexe echtscheidingen, dan wel het bieden van informatie, advies en ondersteuning bij problemen binnen of de beëindiging van relaties van ouders met kinderen. Activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Incidentele subsidies worden alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de in het tweede lid genoemde beleidsdoelen. In navolging op het tweede en derde lid kunnen ook andere, niet nader gespecificeerde activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelen, in aanmerking komen voor een subsidie. Dit kan in de volgende gevallen: In een situatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Asv, waarbij op het subsidieplafond aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld; In het geval dat er naar oordeel van het college een gegronde reden is waarom de betreffende activiteit niet eerder is benoemd in het overzicht zoals opgenomen in het eerste lid. In gevallen zoals bedoeld in het vierde lid kan het college bij subsidiebeschikking afwijken van de in deze subsidieregeling opgenomen bepalingen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering of verantwoording van de betreffende activiteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel