Het college verstrekt uitsluitend subsidies voor activiteiten die onderbouwd bijdragen aan de in deze subsidieregeling opgenomen beleidsdoelen. Deze doelen dienen in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde geldende beleidskaders, ambities, beleidsdoelen, uitgangspunten et cetera te worden bezien. De voor deze subsidieregeling relevante beleidskaders betreffen in ieder geval:
Sociaal Kompas 2017-2020 (1821889)
Aanscherping Sociaal Kompas (2217)
Visie op de sociale basis (3898)
Cultuurvisie (3597)
Koersbrief Wmo (3121)
Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor:
Activiteiten in het kader van persoonlijke groei: het beschikbaar stellen van kennis en informatie, het bieden mogelijkheden voor ontwikkeling en educatie, inwoners stimuleren om te lezen, het organiseren van ontmoetingen en debatten, en inwoners kennis laten maken met kunst en cultuur. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden, onder aansturing van 1 penvoerder.
Activiteiten in het kader van de brede school: alle inwoners hebben toegang tot cultuur in de gemeente, ongeacht achtergrond of situatie. Om kansengelijkheid onder inwoners te vergroten en ervoor te zorgen dat culturele voorzieningen voor iedereen bereikbaar zijn, ligt daarbij een focus op de 'lichte cultuurgebruiker', jeugdigen, ouderen en (financieel) kwetsbare inwoners, en moet het aanbod (beter) worden afgestemd op deze doelgroepen. Dit waar mogelijk in verbinding met de combinatiefunctionarissen in de gemeente zoals opgenomen in de subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking komen voor subsidiëring, zijn:
Brede school, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 24 maanden.
Activiteiten in het kader van cultuureducatie: alle inwoners hebben toegang tot cultuur in de gemeente, ongeacht achtergrond of situatie. Om kansengelijkheid onder inwoners te vergroten en ervoor te zorgen dat culturele voorzieningen voor iedereen bereikbaar zijn, ligt daarbij een focus op de 'lichte cultuurgebruiker', jeugdigen, ouderen en (financieel) kwetsbare inwoners, en moet het aanbod (beter) worden afgestemd op deze doelgroepen. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:
Binnenschoolse cultuureducatie in het basisonderwijs
Buitenschoolse cultuureducatie voor kinderen tot 12 jaar
Jongerenprogramma’s gericht op media, literatuur en/of tekst
Activiteiten gericht op ontmoetingsplekken voor senioren: sociale cohesie in de gemeente en uitwisseling tussen inwoners bevorderen door het verspreid door de gemeente faciliteren van ontmoetingen gericht op senioren (al dan niet met beginnende dementie) die nieuwe vaardigheden willen leren of zich verder willen ontwikkelen, het ontlasten van mantelzorgers en het ondersteunen van inwoners met (beginnende) dementie. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden.
Activiteiten in de wijk: sociale cohesie in de wijken en uitwisseling tussen inwoners bevorderen door het faciliteren van ontmoetingen, waar mogelijk in verbinding met de ambulante samenlevingsopbouw in de gemeente zoals opgenomen in de subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026. Activiteiten binnen dit thema kunnen gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden.
Incidentele subsidies worden alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de in het tweede lid genoemde beleidsdoelen.
In navolging op het tweede en derde lid kunnen ook andere, niet nader gespecificeerde activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelen, in aanmerking komen voor een subsidie. Dit kan in de volgende gevallen:
In een situatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Asv, waarbij op het subsidieplafond aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld;
In het geval dat er naar oordeel van het college een gegronde reden is waarom de betreffende activiteit niet eerder is benoemd in het overzicht zoals opgenomen in het eerste lid.
In gevallen zoals bedoeld in het vierde lid kan het college bij subsidiebeschikking afwijken van de in deze subsidieregeling opgenomen bepalingen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering of verantwoording van de betreffende activiteit.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2:1
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING ONTMOETEN EN ONTWIKKELEN LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2026