Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4:1

Beoordeling subsidieaanvraag

Onderdeel van SUBSIDIEREGELING MEEDOEN LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2026

Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1 van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mits de aanvraag aan de eisen gesteld in de Asv en in deze subsidieregeling voldoet, toegekend in volgorde van hoogst tot laagst scorend, tot het voor de activiteit(en) beschikbaar bestelde budget zoals opgenomen in artikel 4:2, vierde lid van deze subsidieregeling, besteed is. In aanvulling op deze verdelingsregels worden subsidieaanvragen tevens beoordeeld op: De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een beweging van symptoombestrijding naar een versterking van de sociale basis; De mate waarin de activiteit naar verwachting bijdraagt aan het aanpakken van de oorzaken van de toenemende druk op jeugdhulp, Wmo en de Participatiewet, alsook de termijn waarbinnen dit effect naar verwachting optreedt; Financiële gezondheid: De mate waarin de begroting naar oordeel van het college realistisch lijkt; De mate waarin de subsidieaanvrager naar oordeel van het college aan heeft getoond een solide organisatie te zijn. De mate waarin aanspraak wordt gemaakt of wordt beoogd aanspraak te maken op andere financieringsbronnen; Gebiedsgerichte aanpak (van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2:1, tweede lid onder a, b, c en e), oftewel de mate waarin er volgens de subsidieaanvrager sprake is of kan zijn van een ketenaanpak van activiteiten in eenzelfde gebied, wijk of buurt. Het college hanteert bij de beoordeling het volgende model: Criterium Maximale score De mate waarin de aanvrager bij kan dragen aan de te realiseren beleidsdoel(en) 20 punten De mate waarin nog geen aanbod aanwezig is dat voorziet in de realisatie van de beleidsdoel(en) 10 punten De mate waarin de aanvrager aantoonbaar beschikt over de benodigde kennis en expertise om de activiteiten uit te kunnen voeren 15 punten De mate waarin de aanvrager beoogt samen te werken dan wel samenwerkt met andere partijen 10 punten De mate van lokale binding 5 punten De prijs-kwaliteitverhouding 10 punten Innovatie 5 punten De onderdelen zoals benoemd in het tweede lid van dit artikel 25 punten, als volgt verdeeld: 5 punten 5 punten 5 punten 5 punten 5 punten Een aanvraag moet beoordeeld worden met een score van minimaal 70 punten om een positieve beoordeling te verkrijgen. Aanvragen die beoordeeld worden met een score van minder dan 70 punten, worden niet toegekend. In gevallen waarin 2 of meer aanvragen voor soortgelijke activiteiten met precies hetzelfde aantal punten worden beoordeeld, worden de subsidieaanvragers uitgenodigd voor een gesprek met het college. In dit gesprek lichten zij hun aanvraag toe. Het college beoordeelt dit gesprek met een score van maximaal 10 punten en weegt deze score mee, waarbij geldt dat de subsidieaanvrager met de hoogste score in beginsel de subsidie toegekend krijgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel