Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Kaders die een rol spelen bij het Uitvoeringsprogramma 2025

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma VTH 2025

VTH Beleids- en uitvoeringsnota 2023-2026 In de VTH beleids- en uitvoeringsnota staat aangegeven hoe de taken rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving worden uitgevoerd. In het VTH-beleid hebben we vastgelegd welke doelen we met onze vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) willen bereiken binnen het domein van de Omgevingswet (Ow). In dit operationeel beleid bepalen we hoe we dit gaan doen. Het gaat om de taken uit het beleid dat door of in regie van de gemeente wordt gerealiseerd. Planning & control Jaarlijks wordt binnen de kaders van het VTH-beleid en vastgestelde prioriteiten een uitvoeringsprogramma en jaarverslag opgesteld. Met het jaarverslag legt het college verantwoording af over de uitvoering aan de gemeenteraad. Het jaarverslag over 2025 sluit zoveel mogelijk aan bij de opzet van het uitvoeringsprogramma 2025. Er komt een inhoudelijk verslag van wat is bereikt met de inzet van VTH aan de hand van de geformuleerde doelstellingen. De uitvoering wordt systematisch gemonitord en waar nodig bijgestuurd. De doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma zijn gebaseerd op gemeentelijke ontwikkelingen uit het coalitieakkoord en de programmabegroting. Ook de invoering van de Omgevingswet en Wkb zijn van grote invloed op het werk binnen de VTH-taken. Het Uitvoeringsprogramma 2025 volgt de lijn die met het Uitvoeringsprogramma 2024 is ingezet: de focus op risicogericht en geprioriteerd werken, zoals beschreven in de VTH-Beleidsnota 2023-2026: Risicogericht werken De gemeentelijke organisatie is beperkt in de mogelijkheden om alle VTH-taken volledig uit te voeren en werkt daarom met een risicogerichte benadering waarbij de gemeentelijke inzet afhankelijk is van de risico’s van de gevraagde activiteit. Om hierin verantwoorde afwegingen te maken, wordt op basis van de al vastgestelde categorisering in het Bouwtoezicht (conform landelijk toetsingsprotocol, niveau 0 t/m 4) gewerkt. De werkprocessen zijn hierop ingericht. Dit heeft betrekking op zowel de vergunningverlening als de juridische controle, als ook het toezicht op verleende omgevingsvergunningen. Voor de handhavingstaken worden op basis van de risicoanalyse keuzes gemaakt en prioriteiten bepaald. Prioritair werken In de praktijk blijkt dat we onmogelijk alle VTH-taken kunnen uitvoeren met de bestaande formatie. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is daarom bepaald welke activiteiten binnen de gemeente prioriteit hebben en welke minder. De prioriteit wordt bepaald door de kans op en het gevolg van slecht naleefgedrag. Deze afweging vindt plaats door het toepassen van een risicomodel. Dit risicomodel biedt de mogelijkheid om op basis van een risico-inschatting en prioritering de inzet te bepalen. De werkwijze is daarom: prioriteren van de VTH-taken op basis van een risicoanalyse. Dit betekent voor toezicht en handhaving dat zaken met een hoge prioriteit direct worden opgepakt. Zaken met een lage prioriteit kunnen later worden opgepakt (bijvoorbeeld door een projectmatige aanpak op een later tijdstip). Voor alle relevante activiteiten die de gemeente in het kader van de Omgevingswet uitvoert is een risico-inschatting gedaan. Voor het uitvoeren van de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een landelijk geaccepteerd risicomodel van het voormalig Ministerie van Justitie. Dit model gaat uit van: Risico = (negatief effect) 1Categorieën: veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid, volksgezondheid.X (de kans dat dit effect voorkomt)2 Categorieën: attitude, naleving, ervaringscijfers. Dit risico is bepaald met een vaste methodiek waarbij verschillende beoordelingscriteria zijn meegenomen: gezondheid, veiligheid, leefomgeving, financieel, bestuur. Anders gezegd houdt het model in dat van alle te onderscheiden activiteiten (feitelijk de overtredingen) de kans wordt bepaald dat er iets gebeurt en dit wordt afgezet tegen de ernst van de gevolgen daarvan (het effect). Voor het bepalen van de kans is gebruik gemaakt van de zogenoemde ‘Tafel van Elf’. De handhavings- en sanctiestrategie voor Alkmaar is gebaseerd op de Tafel van Elf (bijlage 4 en 5) en volgt uit de vastgestelde Uitvoeringsnota VTH 2023-2026. De risicoanalyse resulteert in een overzicht, waarin de omvang van het risico van de verschillende activiteiten inzichtelijk zijn gemaakt. Per activiteit of overtreding is op basis van veldervaring bepaald hoe op alle elf elementen wordt gescoord en hoe groot daarmee de kans op overtredingen is. Op basis van de risicoanalyse worden per taakveld, activiteit of thema de handhavingsprioriteiten bepaald. Hierbij vindt een onderverdeling plaats in drie klassen: hoge, gemiddelde en lage prioriteit. Hoe hoger de prioriteit, hoe meer handhavingsaandacht. Gemeentelijke ontwikkelingen en verbetering dienstverlening met digitalisering van gemeentelijke producten conform coalitieakkoord en programmabegroting Het proces voor het digitaal werken is nagenoeg afgerond. Het nieuwe Zaaksysteem is sinds 2019 in gebruik. Het zaaksysteem Centric Leefomgeving (CLO) is met het oog op de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging sinds 2023 in gebruik genomen. Aan een betere afstemming binnen de organisatie wordt doorlopend gewerkt. Met het nieuwe zaaksysteem CLO zijn ook de werkprocessen aangepakt. De werkprocessen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn ingericht en ook de overige werkprocessen zijn actueel gemaakt. Deze veranderingen zijn bedoeld om de kwaliteit te verbeteren en het makkelijker te maken om prioriteiten te stellen. Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In 2024 zijn de eerste ervaringen opgedaan met het werken met de Omgevingswet. Het digitaal werken was al vergaand doorgevoerd in de organisatie. Met de aangepaste werkprocessen en het inrichten van de nieuwe VTH-applicatie is ervaring opgedaan met de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Hiermee is uitvoering gegeven aan de doelstelling ‘de toekomstbestendige organisatie’. We verwachten dat hierin in 2025 een doorontwikkeling kan worden gemaakt. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Naast de Omgevingswet, is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Invoering van de Wkb brengt een verandering in de manier van werken met zich mee voor zowel de private partijen als voor de gemeente. In 2024 zijn de eerste bouwmeldingen gedaan. In 2025 kunnen we meer praktijkervaring opdoen met het werken volgens de Wkb. Kwaliteitscriteria VTH De landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn vernieuwd. De kwaliteitseisen en taken voor toezicht en handhaving volgen uit regels van afdeling 18.3 van de Omgevingswet en artikel 147 van de Gemeentewet. Deze criteria zijn belangrijk voor het goed en uniform uitvoeren van de doelen van de Omgevingswet door alle overheden. Op grond van de Omgevingswet moet de kwaliteit van de uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van het omgevingsrecht worden vastgelegd. Op 15 december 2022 is de verordening uitvoering en handhaving door de raad vastgesteld. Met de verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht wordt voldaan aan deze wettelijke verplichting voor het vastleggen van de kwaliteit voor VTH-taken. Inmiddels zijn op 1 januari 2025 ook nieuwe landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving ingegaan. Deze criteria zijn van belang voor een goede en uniforme uitvoering van de doelen van de Omgevingswet door alle overheden. De criteria zijn grotendeels in hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit opgenomen. Hieruit volgt de jaarlijkse verplichting voor een Uitvoeringsprogramma. Uit artikel 18.18 en 18.20 Omgevingswet volgt dat betrokken bestuursorganen moeten zorgdragen voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoerings- en de handhavingstaak. Daarvoor gelden voor Alkmaar de volgende uitgangspunten: vergunningverlening op basis van een categorisering overeenkomstig vastgestelde niveaus (risicogericht); toezicht op basis van categorisering overeenkomstig vastgestelde niveaus (risicogericht); handhaving op basis van risicoanalyse (prioritering); burgers, bedrijven en instellingen zijn in eerste aanleg zelf verantwoordelijk voor het naleven van regelgeving; de kwaliteitseisen, zoals vastgesteld in het Omgevingsbesluit en de procescriteria uit de Kwaliteitscriteria 3.0 zijn richtinggevend voor het beleid. Deze uitgangspunten zijn de basis voor de programmering en de planning. Daarnaast geven zij richting aan het uitvoeren van de taken en de dagelijkse werkzaamheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel