In onze VTH-beleidsstukken is vastgelegd dat we volgens een bepaalde prioritering werken. Onder de wetgeving van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), wordt deze wijze van geprioriteerd werken voortgezet en wordt gebruik gemaakt van de Landelijke toetsmatrix uit bijlage 1 in combinatie met bijlage 3 voor de specifieke prioritering voor brandveiligheid.
Het uitgangspunt voor risicogericht werken is dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en het gebruik van een bouwwerk ligt bij de burger of ondernemer. Het college beziet of die verantwoordelijkheid (voldoende) wordt genomen en onderneemt alleen acties op basis van ingeschat risico en wettelijke voorschriften en spant als het ware een vangnet om de grootste risico’s te beperken. Kleinere risico’s worden, zoals dat landelijk is afgesproken, geaccepteerd.
Het maatschappelijk belang en de ingeschatte risico’s van een bepaald bouwwerk dat op een bepaalde wijze tot stand komt, bepalen de intensiteit van de gemeentelijke inzet.
De intensiteit van de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving is bepaald in het werkniveau gekoppeld aan het soort bouwwerk. Kleine bouwwerken die onder de bouwwerken van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vallen worden niet meer getoetst. Zeer grote projecten als stadions worden integraal getoetst.
Omdat we volgens de Landelijke toetsmatrix werken, kunnen we ook meer gericht gegevens (uitgangspunten of maatgevende onderdelen) opvragen. Deze gegevens worden vervolgens duidelijk in ons systeem geregistreerd. Deze gegevens worden beoordeeld en ook het toezicht daarna is hierop ingericht. Alle resultaten worden vastgelegd in ons systeem. Zo zijn deze gegevens en resultaten zowel tijdens het proces als daarna goed raadpleegbaar. Hiermee maken wij het onderscheid van de minst tot de meest risicovolle bouwwerken en prioriteren wij onze werkzaamheden.
Dit heeft invloed op onze werkprocessen voor planologie en bouwen met name bij de minst risicovolle bouwwerken. Onze focus ligt vooral op de meer risicovolle bouwwerken (niveau 3 en 4).
3.5.1. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Vanaf 1 januari 2024 is, gelijk met de Omgevingswet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. De wet geldt in eerste instantie alleen nog voor nieuwbouwprojecten in gevolgklasse 1. Dit zijn o.a. grondgebonden woningen, schuren, bedrijfspanden met kleine kantoren en fietsbruggen. Tot nu toe gaat het nog om een beperkt aantal bouwprojecten. Als de Wkb later ook geldt voor verbouwprojecten is, dan kan dit aantal verder toenemen.
De verantwoordelijkheid om aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving te voldoen ligt voor bouwwerken uit Gevolgklasse 1 van de Wkb bij de bouwende partij. Voor projecten die hieronder vallen wordt de bouwtechnische toets en het toezicht op de bouwplaats gedaan door een private kwaliteitsborger. Het college heeft voor deze bouwwerken geen inhoudelijke rol bij de toetsing of aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Het college mag wel toetsen en toezicht houden, maar dit gebeurt alleen incidenteel en risicogestuurd.
Wij blijven wel verantwoordelijk voor de omgevingsplanactiviteit ruimtelijk bouwen (de toets aan het omgevingsplan en de redelijke eisen van welstand).
Als het bouwwerk gereed is en alles is goed gebouwd, dan geeft de kwaliteitsborger een verklaring af.
Als er tijdens de bouw of bij gereedkomen van het bouwwerk door de kwaliteitsborger wordt geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de wettelijke eisen, dan moet de kwaliteitsborger dit bij het college melden. Het college kan dan afhankelijk van de ernst van de afwijking handhavend optreden.
In de VTH-Beleidsnota 2023-2026 is als beleidsdoelstelling opgenomen ‘het werken volgens de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’. Er is vastgelegd dat we onder de Wkb volgens een bepaalde prioritering werken. Uitgangspunt hierbij is dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en het gebruik van een bouwwerk bij de burger of ondernemer ligt.
De gemeente beoordeelt of die verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen en onderneemt actie op basis van ingeschat risico en wettelijke voorschriften om daarmee de grootste risico’s te beperken.
Om uitvoering te geven aan deze risicogerichte werkwijze zijn werkniveaus voor de Wkb opgesteld.
Onderstaande tabel maakt inzichtelijk dat we de capaciteit inzetten op die onderdelen die het meest risicovol worden gevonden en dus prioriteit moeten krijgen. Waar de risico’s het hoogst zijn wordt intensiever toezicht gehouden, daar waar de risico’s minder of laag zijn, wordt minder intensief toezicht gehouden. Belangrijke zaken, zoals constructieve en brandveiligheid maar ook gezondheid krijgen daarom meer (en sneller) aandacht en minder risicovolle zaken krijgen minder (snel) aandacht.
Prioritering werkniveaus
Bouwwerkcategorie Onderdelen Besluit
Bouwwerken leefomgeving
Constructieve veiligheid
Brandveiligheid
Gezondheid
Bruikbaarheid
Duurzaamheid
Bouwmelding Wkb
Dakkapel, tuinhuis, kunstobject, vlaggenmast, hekwerk, wijziging gevel, plaatsen installatie, interne niet-constructieve verbouwing, reclame zonder constructie, portacabin
0/1
0/1
0
0
0
Constructieve verbouwing, dakopbouw, reclame met constructie
0/1
0/1
0
0
0
Woonfunctie: eengezinswoningen tot 3 bouwlagen
2
2
2
1
1
Industriefunctie
2
2
1
1
-
Kantoorfunctie
2
2
2
1
1
Overige gebruiksfunctie
2
2
1
1
1
Bouwwerken geen gebouw zijnde
1/2
1
1
1
-
Toelichting werkniveaus
Niveau
Wkb toetsing en toezicht
Wkb handhaving
0
Geen toetsing en toezicht door de gemeente
Opleverdossier alleen controle op compleetheid
Geen handhaving
1
Geen toetsing en toezicht door de gemeente.
Opleverdossier alleen controle op compleetheid.
Handhaven op grote afwijkingen met betrekking tot (persoonlijke) veiligheid op constructieve veiligheid en brandveiligheid.
Maatwerk mogelijk om in individuele gevallen hiervan gemotiveerd af te wijken
2
Alleen toetsing en toezicht op specifiek risicovolle onderdelen m.b.t. constructieve veiligheid en brandveiligheid.
Per project wordt bepaald of er dusdanig risicovolle onderdelen aanwezig zijn dat stopmomenten noodzakelijk zijn.
Opleverdossier controleren op compleetheid en risicovolle onderdelen.
Handhaven bij afwijkingen m.b.t. constructieve veiligheid en brandveiligheid en bij grote afwijkingen met betrekking tot gezondheid.
Maatwerk mogelijk om in individuele gevallen hiervan gemotiveerd af te wijken.
3
Geen Wkb
Geen Wkb
4
Geen Wkb
Geen Wkb
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5
Nadere categorisering volgens landelijk toetsingsprotocol
Onderdeel van Uitvoeringsprogramma VTH 2025