Alleen bewoners die in de Basisregistratie Personen (BRP) staan ingeschreven op een adres dat voorkomt in de overzichtslijst met straten per parkeersector (Bijlage 1), komen in aanmerking voor een bewonersparkeervergunning, met inachtneming van de uitzonderingen genoemd in artikel 2.
De toetsing van de aanvraag voor bewonersparkeervergunningen vindt plaats aan de hand van de Basisregistratie Personen (BRP) en het kentekenbewijs.
Op de bewonersparkeervergunning kunnen maximaal drie kentekens worden opgenomen, waarvan maximaal 1 kenteken actief is.
De aanvrager dient aan te tonen het motorvoertuig waarvoor een vergunning op kenteken wordt aangevraagd, in eigendom te hebben of het gebruiksrecht hierover te hebben. Indien de aanvrager houder is van het voertuig middels een leaseovereenkomst, middels de werkgever dan wel anderszins, dient bij de aanvraag een schriftelijke verklaring van de eigenaar te worden overgelegd, waarin het gebruiksrecht wordt aangetoond.
Onder een parkeerplaats op eigen terrein wordt verstaan (conform de begripsbepaling van artikel 1, lid v van de Parkeerverordening):
een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins of;
een oprit die voldoende ruimte biedt voor het parkeren van tenminste één auto;
Als parkeerplaats op eigen terrein wordt niet aangemerkt de met de woning verbonden garage.
De bewonersparkeervergunning is geldig binnen de parkeersector waarin de aanvrager woonachtig is.
Indien op één adres meerdere personen staan ingeschreven, bepaalt de eigenaar van het pand wie in aanmerking komen voor de bewonersparkeervergunningen.
Artikel 3
Uitgiftecriteria bewonersparkeervergunningen
Onderdeel van Besluit uitgifte parkeervergunningen 2025