Aan een bedrijf of instelling kan op aanvraag een werkparkeervergunning als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b van de Parkeerverordening worden verleend, indien wordt aangetoond dat voor het regelmatig uitvoeren van werkzaamheden in de betaalde parkeerzone(s) en parkeersectoren het gebruik en de aanwezigheid van een motorvoertuig onmisbaar is en bovendien de noodzaak van een werkparkeervergunning wordt aangetoond. Hieronder kan worden verstaan:
het regelmatig verrichten van werkzaamheden met een spoedeisend karakter in een gebied waar een parkeerregime geldt, zoals werkzaamheden aan nutsvoorzieningen en storingsdiensten ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten of
het regelmatig verrichten van verzorgende en dienstverlenende werkzaamheden bij diversen bedrijven, instellingen of personen gelegen in een gebied waar een parkeerregime geldt, niet zijnde het eigen bedrijf/instelling.
Bij het aanvraagformulier dient de aanvrager een kopie van het kentekenbewijs in te dienen.
Geen vergunning wordt verleend ten behoeve van:
onmiddellijk laden en lossen;
een aanvrager die als onderaannemer werkzaamheden uitvoert in opdracht van een vergunninghouder die op dezelfde grond over een vergunning beschikt.
In principe wordt slechts één werkparkeervergunning per aanvrager verleend. Bij uitzondering kunnen meerdere vergunningen worden verleend, indien voor elke volgende vergunning wordt voldaan aan de onder het eerste lid genoemde criteria en meerdere werknemers binnen de parkeersector belast zijn met één van de in het eerste lid genoemde activiteiten.
De werkparkeervergunning voor onbeperkte duur is geldig op de weggedeelten en parkeerterreinen zoals vermeld in artikel 1, onderdelen A en B, en artikel 2, onderdeel A van het Aanwijzingsbesluit betaald- en vergunningparkeren.
Artikel 7
Uitgiftecriteria werkparkeervergunningen voor onbeperkte duur
Onderdeel van Besluit uitgifte parkeervergunningen 2025