In dit artikel zijn opgenomen de plaatsen waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, lid a van de Parkeerbelastingverordening mag worden geparkeerd.
Op de hierna genoemde weggedeelten en terreinen, gelegen binnen de bebouwde kom, is het parkeren in gemarkeerde parkeervakken in de maanden januari tot en met december van maandag tot en met zondag van 10.00 uur tot en met 22.00 uur slechts tegen betaling toegestaan voor de onderstaande en door een parkeermeter of –automaat aangegeven tijdsduur:
Gebied
1.
Parkeerterrein Burg. Henssingel
2.
Daalhemerweg
3.
Neerhem Oost
4.
Aan de Polfermolen
5.
Spoorlaan
6.
Parkeerterrein Berkelplein
7.
Parkeerterrein Koningswinkelstraat I (zijde Broekhem)
8.
Parkeerterrein Koningswinkelstraat II (zijde Koningshof)
9.
Parkeerterrein Plenkertstraat I (tussen nummer 45 en 47A)
10.
Parkeerterrein Plenkerstraat II (tussen nummer 46 en 50)
11.
Parkeerterrein Walramplein
12.
Parkeerterrein Geulpark
13.
Parkeerterrein Odapark I (Pr. Bernhardlaan)
14.
Parkeerterrein Odapark II (Prinses Margrietlaan)
15.
Parkeerterrein Par’Course I (Geulzijde)
16.
Parkeerterrein Par’Course II (overzijde flat Statenlaan)
Op de hierna genoemde weggedeelten en terreinen, gelegen binnen de bebouwde kom, is het parkeren in gemarkeerde parkeervakken in de maanden januari tot en met december van maandag tot en met zondag van 00.00 uur tot en met 23.59 uur slechts tegen betaling toegestaan voor de onderstaande en door een parkeermeter of –automaat aangegeven tijdsduur:
Gebied
1.
Parkeerterrein Cauberg
De volgende regels worden vastgesteld voor het op aangifte voldoen van parkeerbelastingen:
Ter zake van het betaald parkeren (in de gebieden genoemd in lid A en lid B) geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00 dan wel door middel van een pinpas op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de op, aan of bij de parkeerapparatuur gestelde voorschriften. Wanneer de parkeerapparatuur bij het in werking stellen vraagt om het invoeren van een kenteken, dient te allen tijde het kenteken te worden ingevoerd van het voertuig waarmee wordt geparkeerd.
Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn en/of het saldo op de gebruikte pinpas dient ten minste zo groot te zijn als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren.
Indien bij het betaald parkeren op straat - met uitzondering van het betaald parkeren op parkeerterreinen welke zijn voorzien van een slagboom - gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na inwerkingstelling een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht.
Op de parkeerkaart worden tenminste de volgende gegevens vermeld:
dag van de parkeerhandeling, alsmede het tijdstip van afloop van de betaalde parkeertijd;
het betaalde bedrag;
het doorlopende nummer van de parkeerkaart;
de parkeerlocatie;
de verplichting genoemd onder lid 3.
Een uit een parkeerautomaat verkregen parkeerkaart geldt uitsluitend als bewijs van betaling van de verschuldigde parkeerbelasting indien deze kaart is verkregen uit de parkeerautomaat die behoort bij de gebruikte parkeerplaatsen, danwel een parkeerautomaat die behoort tot een parkeerplaats binnen de gemeente Valkenburg aan de Geul waarop exact dezelfde regeling van toepassing is.
In afwijking van het bepaalde onder C.1 kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het inloggen op de centrale computer. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij een in gemeente Valkenburg aan de Geul actieve serviceprovider. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode en/of een kenteken (ook digitale bezoekersregeling) door te geven (aan- en af te melden) aan/bij de serviceprovider. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van de serviceprovider in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 7 van de Parkeerbelastingverordening en geldt de betalingstermijn zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 8 van de Parkeerbelastingverordening.
Op de hierna genoemde weggedeelten en terreinen, gelegen binnen de bebouwde kom, is het parkeren voor touringcars gedurende de periode van ‘Kerststad Valkenburg’ van 10 november tot en met 10 januari van maandag tot en met zondag van 00.00 uur tot en met 23.59 uur slechts tegen betaling toegestaan voor de onderstaande aangegeven tijdsduur:
Gebied
1.
Parkeerterrein Odapark II (Pr. Margrietlaan)
2.
Parkeerterrein Cauberg
3.
Parkeerterrein Beekstraat 13-15
Artikel 1
Plaats, tijdstip en wijze van betaald parkeren
Onderdeel van Aanwijzingsbesluit betaald- en vergunningparkeren 2025