De gemeente werkt mee aan tijdelijke huisvesting met een tijdelijke omgevingsvergunning. De Omgevingswet voorziet in de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van het omgevingsplan voor de toevoeging van een woning.
De omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 10 jaar en is persoonsgebonden. Verlenging van deze termijn is éénmalig mogelijk met 5 jaar.
Na 15 jaar komt de omgevingsvergunning definitief te vervallen (of eerder in geval van overlijden of verhuizing naar bijvoorbeeld een verpleegtehuis). Immers, voor tijdelijke bouwwerken onder de Omgevingswet geldt een maximale instandhoudingstermijn van 15 jaar. Verlenging van deze termijn is niet mogelijk. Na die termijn moet het woongebruik in de tijdelijke huisvesting dus te allen tijde binnen 12 weken verwijderd zijn, ook als er na al die jaren nog steeds geen sprake is van een ‘echte’ mantelzorgrelatie.
De vergunning komt ook te vervallen als in de loop der jaren een ‘echte’ mantelzorgsituatie ontstaat die voldoet aan de vergunningvrije regeling. De tijdelijke huisvesting gaat dan over in een vergunningvrije mantelzorgwoning indien wordt voldaan aan de daarvoor geldende criteria.
Na beëindiging van de (pré-)mantelzorgrelatie mag de tijdelijke huisvesting niet langer gebruikt worden als woning. Het bouwwerk hoeft niet afgebroken te worden als dit past binnen de toegestane oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied (zie: artikel 22.36, derde lid, Omgevingsplan). Binnen een termijn van 12 weken moet het woongebruik in de tijdelijke huisvesting beëindigd zijn.
Artikel 2
Procedure tijdelijke huisvesting
Onderdeel van Beleidsregels tijdelijke huisvesting op eigen erf gemeente Dijk en Waard