De tijdelijke huisvesting mag alleen worden gebruikt om te wonen. Er zijn geen nevenactiviteiten of andere activiteiten toegestaan in directe relatie tot de tijdelijke huisvesting.
De tijdelijke huisvesting wordt bewoond door een huishouden van maximaal twee personen. Ten minste één persoon heeft een eerste- of tweedegraads familierelatie met de bewoner(s) van de hoofdwoning op het erf.
Het geheel van de hoofdwoning en de tijdelijke huisvesting past binnen de maatvoering zoals die is opgenomen in de bouwregels voor woningen dan wel hoofdgebouwen, inclusief bijgebouwen, van het ter plaatse geldende omgevingsplan. Hierbij geldt dat, door toevoeging van dit tweede huishouden, er geen sprake zal zijn van een nieuw erf dat recht zou kunnen geven op nieuwe vergunningvrije bebouwing.
Er is geen sprake van onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden en van (agrarische) bedrijven. De gemeente zal hierover advies vragen aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende bebouwing en gronden.
Ontsluiting naar de tijdelijke huisvesting mag alleen via de bestaande ontsluiting van de hoofdwoning (dus geen extra inrit).
In beginsel moet voor de tijdelijke huisvesting één parkeerplek op eigen terrein gerealiseerd worden. Indien dat niet lukt, is maatwerk mogelijk conform de Nota Parkeernormen Dijk en Waard 2022.
Van belang is, dat bij het verlenen van een vergunning voor realisatie van een tijdelijke huisvesting, dit niet per definitie inhoudt dat wordt toegestaan dat geparkeerd wordt in de voortuin, of een inrit wordt gewijzigd. Dit vergt een andere ruimtelijke afweging.
Wanneer een zorgvraag gekoppeld aan de hoofdwoning maakt dat er Wmo-gerelateerde aanpassingen moeten worden gedaan waarin ook de tijdelijke huisvesting voorziet, dan dient gebruik gemaakt te worden van deze tijdelijke huisvesting.
Artikel 4.
Gebruik tijdelijke huisvesting
Onderdeel van Beleidsregels tijdelijke huisvesting op eigen erf gemeente Dijk en Waard