Naar hoofdinhoud
1. Een huishouden dat niet voor ambtshalve toekenning op grond van artikel 4 in aanmerking komt, kan een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek indienen bij het Werkplein Hart van West-Brabant. Hiervoor moeten zij het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier op de website van het Werkplein Hart van West-Brabant gebruiken. In afwijking van deze digitale aanvraag is een schriftelijke aanvraag mogelijk indien naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven. 2. Voor toepassing van lid 1 is het woonplaatsbeginsel als bedoeld in artikel 40 eerste lid van de Participatiewet op de aanvraagdatum bepalend en niet de periode waarop de kosten waarvoor de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd zich voordoen, of hebben voorgedaan. 3. Het Dagelijks Bestuur beoordeelt of de aanvrager alleenverdiener is als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder c. 4. Het Dagelijks Bestuur beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van één van de zes Werkpleingemeenten is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldoet, wordt de gevraagde vaste tegemoetkoming afgewezen. 5. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale en toeslagpartners mee. 6. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toetst het Dagelijks Bestuur als er sprake is van een vast maandinkomen, het inkomen van de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag. Het Dagelijks Bestuur rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 7. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toetst het Dagelijks Bestuur als er sprake is van een variabel maandinkomen, het inkomen van de drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag. Het Dagelijks Bestuur rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen. 8. Bij een aanvraag die betrekking heeft op een voorafgaand kalenderjaar toetst het Dagelijks Bestuur het inkomen aan de maand december van het voorafgaande kalenderjaar. Het Dagelijks Bestuur rekent dit maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen. 9. Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het Dagelijks Bestuur de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. 10. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 kan worden aangevraagd tot 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. 11. Bij de aanvraag moet de aanvrager over de kalenderjaren: 2025, 2026 en 2027 de volgende informatie verstrekken: Algemeen: i. een kopie van een identiteitsbewijs van de aanvrager en de fiscale -toeslagpartner; ii. een kopie van een bankpas, of recent bankafschrift met daarop het rekeningnummer en de tenaamstelling. Inkomen en vermogen: i. de voorlopige beschikking van de Belastingdienst – Toeslagen met berekeningsspecificatie over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, ii. bewijs waaruit blijkt hoe hoog het vermogen van aanvragers is op het moment van aanvraag, iii. bij een vast maandinkomen: de inkomensspecificatie(s) van de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag van de aanvrager en de fiscaal-toeslagpartner. De inkomens-specificaties dienen zowel het nettoloon als ook het belastbaar loon te bevatten, iv. bij een variabel maandinkomen: de inkomensspecificatie(s) van de drie maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag van de aanvrager en de fiscaal-toeslagpartner. De inkomensspecificaties dienen zowel het nettoloon als ook het belastbaar loon te bevatten, v. Bij een aanvraag die betrekking heeft op het voorafgaand kalenderjaar: de inkomens-specificatie(s) van de maand december van het voorafgaande kalenderjaar van de aanvrager en de fiscaal-toeslagpartner. De inkomensspecificaties dienen zowel het nettoloon als ook het belastbaar loon te bevatten. 12. Als in het kalenderjaar waarop de aanvraag als bedoeld in lid 1 sprake was van fiscaal partnerschap maar door verbreking van die relatie bestaat dat fiscaal partnerschap op het moment van aanvraag niet meer, dan moeten beide partners ieder voor zich de aanvraag voor de vaste tegemoetkoming voor dat betreffende kalenderjaar indienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel