Voor met een haven of aanlegplaats voor een woonschip verband houdende voorzieningen als bedoeld in de artikelen 7g juncto 7j van de verordening wordt op aanvraag ontheffing verleend:
indien er al een ontheffing voor de aanlegplaats geldt,
voor ten hoogste de geldingstijd van de onder a bedoelde ontheffing en
indien de voorziening niet hoger is dan een meter boven het maaiveld.
Voor zover, onverminderd de onderdelen a en b van het eerste lid, voorzieningen hoger zijn dan een meter boven het maaiveld, kan op aanvraag ontheffing worden verleend indien zij:
bestaan uit niet meer dan één bouwwerk dat positief bestemd is in een bestemmingsplan, en
het doorzicht tussen de openbare weg en het water niet belemmeren.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing:
op voorzieningen op, in of boven het water bij de haven of aanlegplaats die niet noodzakelijk zijn als afmeervoorziening;
in uiterwaarden.
Indien geen ontheffing is of kan worden verleend, worden voorzieningen verwijderd. De begunstigingstermijn wordt per geval vastgesteld.
Artikel 4.Voorzieningen