Een integrale beschouwing van een goede fysieke leefomgeving is vanuit de Omgevingswet verplicht (artikel 1.3 Omgevingswet2 Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.). De Omgevingswet (ingegaan per 1-1-2024) leidt tot verandering van procedures rondom ruimtelijke ontwikkelingen, maar heeft geen inhoudelijke gevolgen voor parkeerbeleid en de parkeernormen.
Naast de Omgevingswet zijn voor het parkeren van voertuigen twee wetten van belang, namelijk de Wegenwet (1930) en de Wegenverkeerswet (1994). In de Wegenwet (WW) wordt de wetgeving omschreven die gaat over het eigendom en beheer, kortom: over de openbaarheid van een weg. De Wegenverkeerswet (WVW) gaat over het gebruik van de weg. In de WVW zijn onder andere regels opgenomen over ontheffingen, handhaving, voertuigen, parkeerschijfzones en verkeersgedrag. De parkeersituatie moet te allen tijde te voldoen aan deze wettelijke kaders.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Wetgeving
Onderdeel van Nota Parkeerbeleid Voorschoten 2024