Of er sprake is van een parkeerprobleem hangt af van de parkeerdruk en de beleving van de parkeersituatie door gebruikers. Bij bestaande bebouwing wordt dit objectief beoordeeld met de gemeten bezettingsgraad. Ook de loopafstand bepaalt of er sprake is van een parkeerprobleem. Welke loopafstand acceptabel is, verschilt per persoon en van het parkeermotief (reden van parkeren). Op basis van de richtlijnen van het CROW (publicatie 381) hanteert de gemeente de volgende loopafstanden. Daar waar een bandbreedte is gegeven voor de acceptabele loopafstand hanteren wij het midden. Bijvoorbeeld voor bezoekers bij de hoofdfunctie wonen is dit dan 175m.
Tabel 2 Acceptabele loopafstanden geparkeerde auto (CROW publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren)
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
100 meter (100 – 250 meter voor bezoekers)
Winkelen
200 – 600 meter
Werken
200 – 800 meter
Ontspanning
100 – 600 meter
Gezondheidszorg
100 meter
Onderwijs
100 meter
In het parkeerbeleid geldt een grenswaarde voor de parkeerdruk van 85%. Dat betekent dat er sprake is van een parkeerprobleem als binnen de acceptabele loopafstand (van de hoofdfunctie) de verhouding tussen het aantal parkeerplaatsen en de geparkeerde auto’s hoger is dan 85%. Om de parkeerdruk te bepalen wordt uitgegaan van de meest actuele meetresultaten. In 2022 en 2024 is een meting uitgevoerd (zie bijlage 2). Daarna is het streven om iedere 4 jaar de bezettingsgraad in de hele gemeente te meten. Tussentijds kunnen indien nodig aanvullende onderzoeken worden uitgevoerd. Het maatgevende moment (dagen en tijdstippen) wordt door de gemeente bepaald.
Parkeerbeleid Voorschoten: Parkeerprobleem
Bij een parkeerdruk van meer dan 85% en grotere loopafstanden dan acceptabel is er sprake van een parkeerprobleem.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Wanneer is er sprake van een parkeerprobleem?
Onderdeel van Nota Parkeerbeleid Voorschoten 2024