Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.2

Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen

Onderdeel van Nota Parkeerbeleid Voorschoten 2024

Gehandicapten die dicht bij hun woning willen parkeren komen in aanmerking voor een individuele parkeerplaats op kenteken. In beginsel wordt een gehandicaptenparkeerplaats op eigen terrein gecreëerd. Bij het verdelen van de schaarse parkeerruimte legt de gemeente alleen een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aan als een gehandicapte geen eigen parkeermogelijkheden heeft, niet kan creëren en de kans op een vrije parkeerplaats op beperkte afstand van de woning of het werkadres klein is. Daarnaast moet de gehandicapte beschikken over een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor Bestuurders. Ook moet de gehandicapte beschikken over een geldig rijbewijs en een voertuig. Als de gehandicapte (of diens huisgenoot) zelf geen auto heeft, staat er niet dagelijks een auto bij het woon- of werkadres geparkeerd. Daardoor zou het reserveren van een parkeerplaats de verdeling van de schaarse parkeerruimte onder alle doelgroepen in de weg staan. We leggen dus alleen een parkeerplaats aan als het noodzakelijk is. We stellen daarbij geen maximum aan het aantal gehandicapten-parkeerplaatsen op kenteken in een straat of een gebied. Indien het recht op een gehandicaptenparkeerkaart vervalt, vervalt ook het recht op een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt uiteraard zo dichtbij mogelijk en in overleg met de gehandicapte aangelegd. Hiervoor wordt een bestaande parkeerplaats gebruikt. Het is niet nodig deze parkeerplaats te compenseren door elders een openbare parkeerplaats aan te leggen; het blijft immers een autoparkeerplaats. De parkeerplaats wordt zo veel mogelijk conform de geldende landelijke richtlijnen (CROW ASVV 2021) aangelegd. Door de situatie ter plaatse is het soms echter lastig om bijvoorbeeld te voldoen aan de minimale maatvoering. Met een verkeersbord wordt aangegeven dat het om een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken gaat. Op het wegdek wordt alleen een kruismarkering toegepast als de parkeerplaats veelvuldig door anderen bezet wordt en het kennelijk onvoldoende duidelijk is dat het een gereserveerde parkeerplaats betreft. We gaan zo efficiënt mogelijk met de ruimte om. Op plekken met zowel algemene gehandicaptenparkeerplaatsen voor bezoekers en gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken voor bewoners zoeken we naar mogelijkheden voor dubbelgebruik van deze parkeerplaatsen, zodat per saldo minder parkeerplaatsen worden gereserveerd. Een enkele keer is er binnen de maximale loopafstand van de gehandicapte geen geschikte parkeerplaats aanwezig en niet te realiseren. Zo is het onwenselijk om in een voetgangersgebied of in een autoluw gebied een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken te realiseren. In dat geval kunnen we niet voldoen aan het verzoek van een gehandicapte. Houders van een Gehandicaptenparkeerkaart voor Passagiers kunnen door de bestuurder worden afgezet bij de woning, waarna de bestuurder een vrije parkeerplaats opzoekt. Daarom is het in dat geval niet nodig een parkeerplaats op kenteken te realiseren. Soms is de houder van de Gehandicaptenparkeerkaart afhankelijk van de hulp van een bestuurder. De bestuurder kan de passagier bijvoorbeeld niet alleen laten terwijl de bestuurder de auto parkeert. Of de passagier heeft hulp van de bestuurder nodig bij het in en uit de auto stappen of bij het binnengaan. Indien dit het geval is wordt een individuele parkeerplaats op kenteken gerealiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel