Naar hoofdinhoud
1. Gedeputeerde staten verlenen een beslissingsmandaat aan de commissaris van de Koningin,om in de in artikel 2 genoemde vakantieperiodes, namens hen, besluiten te nemen respectievelijk handelingen te verrichten die naar zijn oordeel geen enkel uitstel dulden. 2. Bij afwezigheid van de Commissaris, wordt het mandaat uitgeoefend door de loco-commissaris van de Koningin. 3. Het in dit besluit geregelde beslissingsmandaat kan pas worden toegepast indien: Het vanwege de vakantieperiode als bedoeld in artikel 2 niet mogelijk blijkt te zijn om via de procedure van het houden van een gewone GS vergadering, waarin niet aan de eis van het quorum is voldaan, en het vervolgens uitschrijven van een extra GS vergadering besluiten te bekrachtigen die genomen zijn in vorenbedoelde GS vergadering, én Het niet mogelijk blijkt te zijn om via het houden van een zogenoemde parafenronde besluiten door GS te laten nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel