Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6.

Aanpak ondermijning

Onderdeel van VTH-Beleidsplan 2025-2028

Gemeenten hebben – naast de inzet van strafrecht - een steeds grotere rol gekregen bij de aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Met ondermijning wordt bedoeld de verwevenheid van de illegale onderwereld met de legale bovenwereld: criminelen hebben legale ‘functies’ nodig voor hun praktijken: panden, transportmiddelen, expertise, toegang tot geldverkeer. Maar ook vergunningen, toegang tot informatie etc. Dat maakt ook gemeenten (en daarmee de SED-organisatie) interessant voor criminelen. De zogenaamde ‘bestuurlijke aanpak’ van de gemeenten is vooral gericht op het voorkómen dat ondermijnende criminaliteit voet aan de grond krijgt. De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland doen dat onder de vlag van het RIEC6Regionaal Informatie en ExpertiseCentrum en het basisteam Hoorn (gezagsdriehoek) in samenwerking met onder andere de gemeenten in West-Friesland, de politie, het OM, de Belastingdienst, ondernemersverenigingen en de woningcoöperaties. De gemeentelijke ambities en opgaven zijn vastgelegd in integrale veiligheidsplannen van de gemeenten. De prioriteit ligt bij een veilig buitengebied, bedrijventerreinen, mensenhandel en de aanpak van druggerelateerde criminaliteit. De regie voor de bestuurlijke aanpak ligt bij het team OOV, maar raakt in feite de hele organisatie. Dat geldt ook voor de inzet van VTH, inclusief de ODNHN. Bij een vergunningaanvraag wordt als daar signalen voor zijn een Bibob-toets uitgevoerd en de integriteit van de aanvrager beoordeeld7Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur. Het gaat onder andere om signalen uit de eigen organisatie, van de politie, het OM of het RIEC die wijzen op mogelijke ondermijningsrisico’s.. Dit om te voorkomen dat onbedoeld een vergunning wordt verleend aan een crimineel. Het kan gaan om een onderzoek dat de gemeente zelf uitvoert (team OOV) of om een advies dat wordt gevraagd bij het landelijke bureau Bibob. Het toezicht levert een bijdrage aan de bestuurlijke aanpak. De controles die de SED-organisatie en de ODNHN uitvoeren op basis van de Omgevingswet zijn vooral gericht op de naleving van de algemene regels zoals opgenomen in de Omgevingswet en de omgevingsplannen en vergunningvoorschriften. De toezichthouders zijn daarnaast oor en oog voor het team Veiligheid en voor de politie: worden er zaken aangetroffen bij een bedrijf of op een bedrijventerrein dat ‘niet pluis’ lijken? Toezicht en handhaving (door de SED en de ODNHN) spelen een rol bij de integrale aanpak. Bijvoorbeeld bij de aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen, door het opleggen van boetes of het intrekken van vergunningen of door een preventieve aanpak, zoals het vergroten van het bewustzijn van ondernemers in samenwerking met Openbare orde en veiligheid. VTH-doelstellingen aanpak ondermijning: Ondernemers in voor ondermijning gevoelige branches zijn zich bewust van ondermijningsrisico’s. Daarover zijn ze ook voorgelicht. Het toezicht draagt bij aan het monitoren van voor ondermijning gevoelige branches, activiteiten en risicogebieden.

Rechtspraak bij dit artikel