Bouwwerken moeten veilig zijn qua constructie en brandveiligheid. Dit geldt in het bijzonder voor bouwwerken met een verhoogde kwetsbaarheid. Daarbij moet worden gedacht aan:
Constructief complexe (grote) bouwwerken;
Bouwwerken waar gebruikers minder zelfredzaam zijn (zoals zorginstellingen);
Gebouwen met publieksfuncties (zoals scholen, winkelcentra, overheidsgebouwen, horeca);
Tijdelijke bouwwerken die worden neergezet voor grotere evenementen;
Monumentale panden met beperkte vluchtmogelijkheden bij het uitbreken van brand;
Parkeergarages onder wooncomplexen.
Het gaat hierbij om bouwwerken waar de gemeenten in de periode 2025-2028 verantwoordelijk blijven voor de bouwtechnische toetsing en het bouwtoezicht. Bij deze bouwwerken vindt altijd een bouwtechnische toets plaats. Bij bouwwerken waar op basis van de Wkb de bouwtechnische beoordeling en controle door gecertificeerde kwaliteitsborgers gebeurt, toetsen de gemeenten alleen de volledigheid van de gegevens en bescheiden. Inhoudelijke toetsing vindt steekproefsgewijs plaats. In hoofdstuk 6 worden de gevolgen van de Wkb en de uitvoeringsstrategie verder toegelicht.
De controle op de brandveiligheid gebeurt door de brandweer, tijdens de bouw (met uitzondering van meldingsplichtige bouwwerken) en na oplevering van de bouw. Bij kwetsbare bouwwerken vinden ook periodieke controles in de gebruiksfase plaats. De beleidsmatige uitgangspunten en ambities van de veiligheidsregio zijn vastgelegd in het beleidsplan 2024-2027. De op basis daarvan gemaakte concrete afspraken met de gemeenten en de SED-organisatie zijn vastgelegd in een (jaarlijks) uitvoeringsprogramma.
Bij milieubelastende activiteiten worden brandveiligheidsaspecten zoveel mogelijk integraal meegenomen tijdens de reguliere milieucontroles. De ODNHN en de brandweer werken daarbij op projectbasis samen.
De SED-organisatie en de brandweer hebben afgesproken om meer inzet te plegen op preventie, waaronder voorlichting aan de voorkant. Brandveiligheid wordt bijvoorbeeld wekelijks besproken in een overleg met een adviseur brandveiligheid van de VR. Deze is wekelijks aanwezig om constateringen en vergunningaanvragen te bespreken. Er vinden momenteel geen omgevingstafel-gesprekken plaats. De omgevingstafel wordt in de nabije toekomst wel georganiseerd, zodat initiatieven en vergunningsaanvragen integraal kunnen worden besproken.
Afhankelijk van de omvang en risico’s van de activiteiten worden tijdelijke bouwwerken met een gebruiksvergunning in het kader van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop), vooraf en tijdens het gebruik bezocht om te beoordelen of aan de gestelde brandpreventieve eisen wordt voldaan.
VTH-doelstellingen constructieve veiligheid en brandveiligheid:
Burgers en ondernemers zijn bekend met de (spel)regels die gelden voor constructieve veiligheid en brandveiligheid. Daarover zijn ze ook voorgelicht.
Alle kwetsbare gebouwen zijn constructief en brandveilig wat betreft preventieve maatregelen, zelfredzaamheid en de toegankelijkheid voor hulpdiensten. Daarop wordt systematisch gecontroleerd door de SED en de brandweer en waar nodig gehandhaafd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2.
Constructieve veiligheid en brandveiligheid
Onderdeel van VTH-Beleidsplan 2025-2028