Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.5.

Gedoogstrategie

Onderdeel van VTH-Beleidsplan 2025-2028

In zeer uitzonderlijke situaties kan worden afgezien van handhaving en de overtreding worden gedoogd. Dat is altijd aan een termijn gebonden en niet langer dan strikt noodzakelijk. Conform het landelijke beleidskader gedogen (Grenzen aan gedogen, 1996) wordt alleen in de volgende situatie gedoogd (opsomming cumulatief): De activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; Er bestaat concreet zicht op legalisatie van de activiteit; Een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend én een voorlopige inschatting is gemaakt waaruit blijkt dat de activiteit vergunbaar is, waardoor vooruitlopend op de vergunningverlening wordt afgezien van handhaving; Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die afzien van handhaving in het concrete geval rechtvaardigen. Er wordt niet gedoogd als er bij de overtreder sprake is van recidive en/of calculerend gedrag, er ook sprake is van strijdigheid met andere wet- en regelgeving, als er gebouwd is zonder of in afwijking van de vergunning of als belangen van derden zich daartegen verzetten. Gedogen gebeurt altijd uitdrukkelijk en schriftelijk, blijft beperkt in omvang en tijd, met een zorgvuldige en kenbare belangenafweging en wordt altijd gevolgd door controle op naleving.

Rechtspraak bij dit artikel