Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.4.

Handhavingsstrategie

Onderdeel van VTH-Beleidsplan 2025-2028

Bij een overtreding treedt de handhavingsstrategie in werking. Er wordt gewerkt middels een piepsysteem (melding illegale bouw of gebruik van bouwwerken door bewoners of bedrijven). Daarnaast kunnen er projectmatig handhavingszaken worden opgepakt. De strategie die de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hanteren volgt op hoofdlijnen de LHSO. Die bestaat uit de volgende stappen: Het kwalificeren van een overtredingssituatie: de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving én de opstelling van de overtreder (van ‘goedwillend’ tot ‘notoir crimineel’). Het bepalen van eventueel verzwarende aspecten: onomkeerbaarheid van de situatie, recidive, financieel gewin overtreder, andere strafbare feiten etc. Het bepalen van de interventie: van aanspreken tot bestuurs- en strafrechtelijk ingrijpen. Eventuele afstemming tussen de betrokken handhavingspartners en andere instanties. Het vastleggen van de afspraken en het optreden zelf. De gemeenten hebben verschillende instrumenten ter beschikking om te handhaven. Bestuursrechtelijk zijn dat een last onder dwangsom (LOD), een last onder bestuursdwang (LOB), het schorsen of intrekken van een vergunningen, het opleggen van een bestuurlijke boete of het uitoefenen van verscherpt toezicht. Bij een dreigende overtreding of een dreigende illegale situatie kan de gemeente in bepaalde situaties wanneer er sprake is van een klaarblijkelijk dreigende overtreding, ook een preventieve last onder dwangsom of een preventieve last onder bestuursdwang opleggen. Strafrechtelijk optreden kan door het uitschrijven van een proces verbaal (PV) of het nemen van een bestuurlijke strafbeschikking (Bsb). Bij strafrechtelijke handhaving is naast het bereiken van het gewenste gedrag tevens het bestraffende element van belang. Uitgangspunt van de handhavingsstrategie van de SED-gemeenten is dat de overtreding ongedaan gemaakt wordt en eventuele schade wordt hersteld. Leidend voor de wijze van optreden is de interventiematrix van de LHSO (zie bijlage 4). Dit gebeurt in gradaties, afhankelijk van de situatie: wat is de (potentiële) schade of het gevaar en wat is het gedrag van de overtreder? Als eerste is er een gesprek met de overtreder: is deze bereid de overtreding ongedaan te maken en eventuele schade te herstellen? Of is sprake van een gelijkwaardige oplossing? Of is de situatie legaliseerbaar? Dan worden daarover afspraken gemaakt en termijnen voorgesteld. De eerste vorm van contact is op grond van vertrouwen. Blijkt dit niet mogelijk, dan wordt er overgegaan op formele handhaving. Bij de prioriteitstelling in de handhaving, bijvoorbeeld vanwege afwegingen bij de inzet van personele capaciteit, wordt net als bij de vergunningverlening en het toezicht een toetsmatrix gehanteerd (zie bijlage 4). Gelijkwaardige oplossing of legalisatie mogelijk? Er zijn ook situaties waar er formeel wel sprake is van een overtreding, er geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing, maar dat de illegale situatie in principe wel vergunbaar is. In dat geval wordt de overtreder uitgenodigd om een vergunningaanvraag in te dienen. Er kan sprake zijn van een afwijking van de voorschriften, maar dat er maatregelen zijn getroffen die tot hetzelfde beschermingsniveau leiden (gelijkwaardigheid). Indien op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, kan een ‘besluit gelijkwaardige voorziening’ worden genomen. In de volgende situaties wordt altijd een sanctie opgelegd: Er is onherstelbare schade aangericht, bijvoorbeeld aan een monument; Er is sprake van recidive (herhaalde overtreding); Er is acuut gevaar voor bewoners of omgeving; De overtreder is niet bereid om mee te werken aan herstelafspraken. Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het herstel van de oorspronkelijke situatie. Bij een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang krijgt de overtreder een hersteltermijn aangeboden waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Als de overtreding na deze gestelde termijn niet is beëindigd, dan wordt de sanctie geëffectueerd: bestuursdwang wordt toegepast (en de kosten worden op de overtreder verhaald) of de dwangsom wordt geïnd. Bestuursdwang wordt ingezet in situaties waar het direct beëindigen van de activiteit nodig is (bijvoorbeeld bij acuut gevaar). Wat betreft de Wkb wordt in de volgende (combinatie van) situaties gehandhaafd: Geen volledige melding bij bouwwerken in Gevolgklasse 1; Het dossier dat wordt overlegd is niet volledig; De borger/instrumentaanbieder is niet meer bevoegd om kwaliteitsborging uit te voeren; Als de kwaliteitsborger geen verklaring kan afgeven.

Rechtspraak bij dit artikel