Bij het uitoefenen van toezicht kunnen overtredingen van regels worden geconstateerd waarbij handhavend opgetreden moet worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van repressieve of sanctionele instrumenten. De meest voorkomende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten worden in de volgende paragrafen toegelicht.
Bestuursrechtelijke instrumenten
Last onder dwangsom
Na constatering van een overtreding – en als een waarschuwingsbrief niet het gewenste effect heeft – kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Dat betekent dat eerst het voornemen tot het opleggen daarvan kenbaar wordt gemaakt aan de overtreder. Tegen een voornemen kan een zienswijze worden ingediend. Na beoordeling daarvan (belangenafweging) kan besloten worden een last onder dwangsom op te leggen. In dat besluit staat dat binnen een bepaalde termijn de overtreding beëindigd moet worden. Als dat niet gebeurt, moet de overtreder een dwangsom betalen. Die dwangsom wordt van rechtswege verbeurd. Via een invorderingsbeschikking wordt de verbeurde dwangsom geïnd.
Last onder bestuursdwang
Bij het instrument last onder bestuursdwang wordt hetzelfde proces doorlopen als bij de last onder dwangsom, met als verschil dat de gemeente zelf fysiek ingrijpt en de herstelmaatregelen treft – of laat treffen door bijvoorbeeld een bedrijf – als de overtreder dit niet doet. De overtreder krijgt een termijn gegund om zelf de overtreding te beëindigen. Als de overtreding niet binnen die gestelde termijn is beëindigd, dan neemt de gemeente op kosten van de overtreder, zelf de benodigde acties om de overtreding ongedaan te (laten) maken. Na het uitvoeren van de handhavingsactie worden de daarvoor gemaakte kosten via een kostenverhaalbeschikking op de overtreder verhaald.
Het opleggen van een last onder bestuursdwang is een complexe procedure die grote financiële risico’s voor de gemeente met zich kan brengen als de gemaakte kosten niet kunnen worden verhaald. Daarnaast loopt de gemeente het risico aansprakelijk te worden gesteld bij een onrechtmatig gebleken last onder bestuursdwang. Hiervoor is de gemeente verzekerd. Het is om deze reden dat de verzekeraar van de gemeente op de hoogte moet worden gesteld van het opleggen van een last onder bestuursdwang.
Aangezien een last onder bestuursdwang een zeer ingrijpende maatregel is, wordt dit handhavingsinstrument enkel ingezet als een last onder dwangsom naar verwachting niet de gewenste financiële prikkel zal geven.
Spoedeisende bestuursdwang
De gemeente kan, bij acuut gevaar, onmiddellijk herstelmaatregelen treffen. Dit zonder dat de overtreder een termijn krijgt om zelf de overtreding te beëindigen. De gemeente handelt direct omdat er geen tijd is de overtreder zelf de tijd te gunnen. De overtreder ontvangt hiervoor achteraf de kostenverhaalbeschikking. Dit proces is hetzelfde als bij de last onder bestuursdwang, met het verschil dat de gemeente direct handelt. Bij (zeer) spoedeisende bestuursdwang volgt achteraf het bestuursdwangbesluit. De volgorde van besluiten en handelen is omgekeerd.
Dit instrument wordt onder andere ingezet bij bouwen of slopen zonder of in afwijking van de daartoe vereiste vergunning, bij bouwmeldingen, starten met de bouw zonder kwaliteitsborger of bij gevaarzetting. Om te voorkomen dat verder wordt gegaan met bouwen of slopen, waardoor er onomkeerbare gevolgen kunnen optreden en daarmee de overtreding wordt vergroot, wordt bij constatering van de overtreding door de toezichthouder mondeling opdracht gegeven de activiteiten stil te leggen. Dit wordt daarna zo snel mogelijk schriftelijk bevestigd. Indien voor de activiteit een vergunning kan worden verleend zal de overtreder worden aangeschreven om alsnog een vergunning aan te vragen. Indien geen vergunning kan worden verleend zal de situatie voor zover mogelijk naar de oude situatie moeten worden hersteld. Daarbij wordt alsnog de procedure van last onder dwangsom of bestuursdwang gevolgd.
Spoedeisende bestuursdwang is het meest ingrijpende middel dat ons bestuursrechtelijk ter beschikking staat. Bij de toepassing van spoedeisende bestuursdwang grijpt de gemeente zelf in door bijvoorbeeld voorzieningen te (laten) treffen of illegaal gestort afval te (laten) verwijderen. Dit instrument wordt daarom alleen in (zeer) spoedeisende en bij ernstige overtredingen toegepast die directe dreiging vormen voor veiligheid, openbare orde of de volksgezondheid.
Intrekken vergunning
Wanneer een vergunning is verleend en de vergunninghouder houdt zich niet aan de daarin gestelde voorwaarden, dan kan de vergunning worden ingetrokken. De wet biedt voor de mogelijkheid om een vergunning in te trekken als er na een bepaalde tijd geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Een vergunning kan ook worden ingetrokken op verzoek van de vergunninghouder en in sommige gevallen op verzoek van belanghebbenden. In de regel zal een jurist een besluit (laten) nemen om een vergunning in te trekken.
Door het intrekken van een vergunning kan een illegale situatie ontstaan. Daartegen kan handhavend worden opgetreden middels een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang.
In de in de bestuursperiode 2026-2030 gaan we onderzoeken of er beleidsregels moeten worden opgesteld voor het intrekken van vergunningen waar geen gebruik wordt gemaakt. Specifiek gaat het hier om omgevingsvergunningen in het kader van artikel 5.40 lid 2 van de Omgevingswet.
Strafrechtelijke instrumenten
Als er sprake is van een strafbaar feit, kan een proces-verbaal (PV) worden opgemaakt van de overtreding door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) of door de politie. Het Openbaar Ministerie (OM) kan strafvervolging instellen. Daarnaast zijn er bestuurlijke strafsancties, te weten de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking.
Bestuurlijke boete
De bestuurlijke boete is een bijzonder instrument. Het is een bestuurlijk handhavingsinstrument met een bestraffend karakter. Op de toepassing van dit instrument zijn naast de bepalingen uit de Awb, ook bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering van toepassing. Met dit instrument kunnen boa’s van de gemeente en handhavers – zonder tussenkomst van de rechter – straffen opleggen voor overtredingen.
In de Omgevingswet (Ow) zijn de mogelijkheden tot het gebruik van de bestuurlijke boete uitgebreid. In hoofdstuk 18 van de Omgevingswet staan artikelen over de situaties waarin het bevoegd gezag een bestuurlijke boete kan opleggen. Het gaat hier om:
Milieuregels Seveso-richtlijn (artikel 18.11 Ow) nieuw;
Regels over bouwen, slopen gebruik en in stand houden van bouwwerken (artikel 18.12 Ow);
Erfgoedregels (artikel 18.13 Ow) nieuw;
Beperkingengebied luchthaven (artikel 18.14 Ow);
Beperkingengebied spoor (artikel 18.15 Ow);
Regels over handel in dieren, planten, hout of producten daarvan (artikel 18.15a Ow).
Voorlopig kiest de gemeente Weert ervoor om het instrument van de bestuurlijke boete niet in te zetten. Het is een arbeidsintensief middel en vaak onnodig. Indien er sprake is van een overtreding, dan kiest de gemeente er in eerste instantie voor om de overtreding ongedaan te maken via een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Als er in de toekomst een terugkerende situatie bestaat waarbij het wenselijk is om een punitieve sanctie op te leggen, dan kan een bestuurlijke boete wenselijk worden geacht. Er zal dan eerst wel moeten worden onderzocht of de bestuurlijke boete doeltreffend en doelmatig kan worden gebruikt.
Bestuurlijke strafbeschikking
Het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking is minder arbeidsintensief dan de bestuurlijke boete. De boa die een bestuurlijke strafbeschikking uitvaardigt, gaat met zijn bon naar het gemeentehuis en voert daar zelf de gegevens en feitcode in het gemeentelijke systeem. Vervolgens stuurt hij dit door naar het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat voor de inning van de boete zorgt. Als de overtreder niet betaalt, geeft het CJIB na aanmaning de zaak in handen van de deurwaarder voor uitvoering van de strafbeschikking. Is de overtreder het er niet mee eens, dan moet diegene zelf in actie komen en verzet instellen bij het Openbaar Ministerie.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1
Instrumenten
Onderdeel van Uitvoeringsbundel VTH-beleidsplan 2025 – 2030 gemeente Weert