Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad die dit lid heeft aangewezen, de door één of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen.
Een lid van het algemeen bestuur kan ter verantwoording worden geroepen door de raad die dit lid heeft aangewezen voor het door hem/haar in het bestuur gevoerde beleid.
Het bestuur geeft aan de raden der deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
De wijze waarop inlichtingen worden verstrekt dan wel verantwoording voor het gevoerde beleid dient te worden afgelegd wordt nader geregeld in het reglement van orde als bedoeld in artikel 10.
2. HET DAGELIJKS BESTUUR
ARTIKEL 12
Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede vier overige leden.
Van de in het eerste lid bedoelde leden worden naast de voorzitter ten minste twee leden uit en door het algemeen bestuur aangewezen.
De overige leden - ten hoogste twee - worden door het algemeen bestuur op voordracht van het dagelijks bestuur aangewezen, van buiten de kring van het algemeen bestuur. Deze overige leden, oftewel externe leden, dienen te beschikken over een bijzondere deskundigheid zoals bedoeld in artikel 14, lid 2, van de wet.
De in het vorige lid bedoelde leden genieten, indien het algemeen bestuur dat bepaalt, een op jaarbasis door het algemeen bestuur vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en/of een tegemoetkoming in de kosten. Het besluit hiertoe wordt aan Gedeputeerde Staten gezonden.
ARTIKEL 13
De in artikel 12.2 bedoelde leden worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling volgend op de dag van aftreden van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten.
Zij treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur.
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur van de in artikel 12.3 bedoelde leden loopt parallel met dat van de leden van het dagelijks bestuur die door het algemeen bestuur uit zijn midden zijn benoemd.
Het lidmaatschap van, de in artikel 12.2 bedoelde leden van het dagelijks bestuur eindigt indien men ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn.
Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.
Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze(n) niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur genieten.
Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen door ontslag, overlijden of om andere redenen, vindt plaats binnen twee maanden na dat openvallen.
Een lid van het dagelijks bestuur kan ter verantwoording worden geroepen door het algemeen bestuur voor het door hem in het dagelijks bestuur gevoerde beleid.
ARTIKEL 14
De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.
Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en voor andere werkzaamheden dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.
In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien ten minste drie van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen.
Bij staking der stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.
3. DE VOORZITTER
ARTIKEL 15
De voorzitter van het algemeen bestuur en diens plaatsvervanger wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, volgend op de dag van aftreden van de leden van de deelnemende gemeenten.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
De voorzitter ondertekent alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan.
Hij draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van het dagelijks bestuur.
Hij vertegenwoordigt het lichaam in alle rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen, met betrekking tot de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde taken, kan hij de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen.
De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter kunnen ter verantwoording worden geroepen door het algemeen bestuur voor het door hen gevoerde beleid.
4. DE SECRETARIS-DIRECTEUR
ARTIKEL 16
Het openbaar lichaam heeft een secretaris-directeur.
Het algemeen bestuur beslist over de benoeming en het ontslag van de secretaris-directeur.
Voor de benoeming van de secretaris-directeur wordt door het dagelijks bestuur een voordracht opgemaakt.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-directeur vast en stelt het algemeen bestuur hiervan in kennis.