Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Westervoort 2025

1.. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2.. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3.. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; Dit is het geval als de solvabiliteit van een rechtspersoon hoger is dan 0,4 en/of het eigen vermogen – behoudens bestemmingsreserves en egalisatiereserves op grond van Artikel 25 - groter is dan 300% van de subsidie. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de aanvrager in eerdere jaren heeft nagelaten een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van de gemeente in te dienen; als gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de gelden niet, of in onvoldoende mate, ingezet zullen worden voor het doel waarvoor een subsidie beschikbaar wordt gesteld; als de aanvragende organisatie en/of individuele aanvrager in eerdere jaren tweemaal de in de subsidiebeschikking opgenomen doelstelling (van soortgelijke subsidieaanvragen) naar oordeel van het college van B&W niet of onvoldoende heeft behaald; als gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, goede zeden en/of het algemeen belang of de openbare orde; als gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een overwegend partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming ten doel hebben; als het een subsidie van € 100.000 of meer betreft en de aanvrager een rechtspersoon is die zich in de bezoldiging van haar bestuurders/topfunctionarissen niet heeft geconformeerd aan de bezoldigingsnorm ingevolge de Wet normering topinkomens, zonder dat daarvoor naar het oordeel van het college van B&W zwaarwegende redenen voor aanwezig zijn; als redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken; als redenen bestaan om aan te nemen dat de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van de subsidie, onvoldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren; als de aanvrager de behoefte aan de te subsidiëren activiteit niet aannemelijk heeft kunnen maken; als redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager voor de aangevraagde subsidie reeds door enig bestuursorgaan een subsidie is verstrekt, tenzij er sprake is van cofinanciering; als redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen; als de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente of als er naar oordeel van het college van B&W onvoldoende reden is om subsidie te verlenen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob); als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel