In artikel 14 van de verordening is opgenomen dat het college een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken kan toekennen aan de ouders van een leerling die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft.
Onder crisisplaatsing verstaan we in deze beleidsregels een plotselinge uithuisplaatsing van een kind in een pleeggezin of gezinsvervangend tehuis op indicatie van Veilig Thuis of het Sociaal Wijkteam Jeugd. Deze plaatsing is van tijdelijke aard en heeft tot doel om de leerling zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen zes weken) terug te plaatsen in het ouderlijk huis dan wel in een andere definitieve huisvesting onder te brengen.
De ouders van de leerling dienen deze periode van zes weken te benutten om bij een langduriger verblijf in de gemeente een andere school te zoeken. Als de leerling na het verstrijken van deze termijn in de andere gemeente blijft wonen moet een nieuwe aanvraag worden ingediend bij deze andere gemeente.