Elke basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Hierdoor bestaat er in principe geen recht op leerlingenvervoer voor deze leerlingen. Er zijn twee situaties waarin een hoogbegaafde leerling wel aanspraak kan maken op leerlingenvervoer:
De leerling kan ten gevolge van een beperking niet zelfstandig reizen én is aangewezen op een school op een afstand van meer dan zes kilometer gelegen van de woning;
De dichtstbijzijnde basisschool heeft (nog) geen passend aanbod voor de hoogbegaafde leerling. In dat geval kan het zijn dat de leerling verder moet reizen naar een voor hem toegankelijke school die wel een passend aanbod kan bieden. Het college onderzoekt of de nodig geachte begeleiding en het materiaal daadwerkelijk op deze school aanwezig is om zo een passend aanbod te bieden.
De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van onderzoek worden aangetoond. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden door een daarin gespecialiseerde en onafhankelijke gedragswetenschapper. Daarnaast moet een toelichting door de dichtstbijzijnde school worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de betreffende leerling. Hierbij dient het samenwerkingsverband altijd ingeschakeld te worden. Als het een keuze is van de ouders zelf en er een passend aanbod is op de dichtstbijzijnde toegankelijke school kan geen aanspraak worden gemaakt op leerlingenvervoer.
Artikel 24.
Vervoer voor hoogbegaafde kinderen
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer De Fryske Marren