Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

De woning

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer De Fryske Marren

In artikel 1 van de verordening wordt woning gedefinieerd als plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Een leerling kan meerdere verblijfplaatsen hebben ingeval de ouders gescheiden zijn en bijvoorbeeld co-ouderschap zijn overeengekomen. Ingeval een leerling feitelijk en structureel verblijft in meer dan één woning is de dichtstbijzijnde school die school waarvoor in totaal het minste aantal kilometers behoeft te worden afgelegd. De ouders dienen het college in voldoende mate aan te tonen wat de feitelijke en structurele verblijfplaats van hun kind is. Wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld in verband met noodzakelijke opvang, dient een aanvraag voor een vervoersvoorziening bij die gemeente ingediend te worden. Vakantie van de ouders geldt overigens niet als reden voor noodzakelijke opvang van de leerling elders. Het adres waar kinderen een bepaalde tijd vóór aanvang en/of na afloop van de schooldag worden opgevangen (de buitenschoolse opvang) valt in beginsel niet onder het begrip ‘woning’.

Rechtspraak bij dit artikel