Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 41

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde gemeente Duiven 2025

1.. Ieder raadslid en iedere fractieassistent kan schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester. 2.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3.. De vragen worden ingediend bij de griffier; deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college worden gebracht. 4.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Mondelinge beantwoording vindt plaats in het eerstvolgende ‘over-en-weer’. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt degene aan wie de vragen zijn gericht de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 5.. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6.. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 14 aan de leden van de raad toegezonden. 7.. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in het eerstvolgende ‘over-en-weer’ en bij mondelinge beantwoording in hetzelfde ‘over-en-weer’ nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel