**1.** De griffier heeft mandaat tot het nemen van alle beslissingen ten aanzien van de op de griffie werkzame ambtenaren die voortvloeien uit artikel 104e, tweede lid, van de Provinciewet, met uitzondering van het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
**2.** De rechtspositionele voorschriften ten aanzien van de niet bij de griffie werkzame provinciale ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Ambtenaren als bedoeld in artikel 4, eerste lid, benoemt, schorst en ontslaat de griffier in overeenstemming met de voorzitter van provinciale staten.