Het college van B&W verleent medewerking aan een BOPA voor een pré-mantelzorgwoning indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Ten minste één van de bewoners van de pré-mantelzorgwoning heeft de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt of er is sprake van een progressieve ziekte;
Er is sprake van een relatie tussen de zorgverlener(s) en toekomstig zorgbehoevende(n);
De gemeente werkt niet mee aan het realiseren van een pré-mantelzorgwoning op een bedrijventerrein;
De ruimtelijke kwaliteit moet gewaarborgd blijven op de volgende punten:
Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
De parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden voorzien;
Er mag milieutechnisch geen sprake zijn van onevenredige effecten voor de omgeving als het gaat om milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding, externe veiligheid en overige milieuaspecten.
De pré-mantelzorgwoning voldoet aan de criteria van de BAG en krijgt in alle gevallen een huisnummer toegewezen. Initiatiefnemer draagt hier zelf zorg voor;
De vergunning wordt beëindigd na een periode van maximaal 10 jaar nadat de pré-mantelzorgwoning - op grond van de vergunning - in gebruik is genomen of eerder als zich één van de volgende situaties voordoet:
De pré-mantelzorgwoning onder een vergunningsvrije mantelzorgwoning komt te vervallen;
De huisvesting in verband met pré-mantelzorgwoning wordt beëindigd;
De pré-mantelzorgbehoevende komt te overlijden.
Na het vervallen van de vergunning op de grond van bovengenoemde situaties, dient de vergunninghouder binnen de termijn van één jaar de pré-mantelzorgwoning in de oorspronkelijke gebruikersfunctie terug te brengen of te verwijderen en dit aan de gemeente te melden;
De pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing of bebouwingsmogelijkheden op grond van het (tijdelijk) omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving;
De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval leiden tot een permanente woonbestemming/ woning.