In de paragraaf ‘Hoofdproces toezicht’ is het proces van toezicht van begin tot eind beschreven. Deze paragraaf richt zich specifiek op het uitvoeren van een verdiepend toezichtsonderzoek. Dit vindt plaats volgens een vast stramien met de volgende stappen: informatie verzamelen, oordeel vormen en interveniëren. In figuur 5 is het gehele toezicht proces weergegeven, de uitvoering van onderzoeken richt zich op de stap ‘uitvoeren’. Hierbij is sprake van een gedeeltelijke overlap met de overige stappen. Zie figuur 6.
Figuur 6: processtappen fase ‘Uitvoeren onderzoek’.
3.2.3.1. Informatie verzamelen
Dit wordt gedaan in de fase ‘voorbereiden en analyse’ en in ‘uitvoeren onderzoek’. Als het gaat om een signaal wat door de toezichthouder onderzocht dient te worden, wordt een vooronderzoek uitgevoerd waarbij de melding verder wordt onderzocht met behulp van formele controles en analyses. Als het om een proactief onderzoek gaat, bestaat het vooronderzoek uit data analyse van gedeclareerde zorg, (financiële) informatie over aanbieders en de beoordeling van meldingen en onderzoeken. Dit, om aan de hand van risico indicatoren vast te stellen bij welke aanbieders er verdiepend onderzoek gewenst is en van welke cliënten het dossier wordt beoordeeld als tijdens het onderzoek een detailcontrole nodig blijkt. Beschikbare bronnen voor vooronderzoek zijn: cliënt en aanbieders populatie, ZIN/ pgb, internetonderzoek IGJ/kadaster, informatie uit interne bronnen zoals declaraties, contractmanagement, regisseurs/klantmanagers. En externe bronnen zoals KvK, jaarrekeningen, Justis netwerktekeningen, IKZ en RIEC. Deze gegevens worden voor zover nog niet beschikbaar opgevraagd en indien nodig worden interviews afgenomen.
Voor het verdiepend onderzoek wordt nadere informatie opgevraagd bij de aanbieder al dan niet op de locatie en eventueel bij externe bronnen. Dit betreft bedrijfsvoering informatie in brede zin zoals: personeelslijsten, tijdsregistratie professionals, kwalificaties zorgpersoneel, VOG verklaringen, uitkomsten en opvolging van interne kwaliteitsonderzoeken, handboek en protocollen. En de aanwezigheidsregistratie en een steekproef uit cliëntdossiers in de situatie dat op grond van bedrijfsvoering informatie onvoldoende zekerheid wordt verkregen. Ten aanzien van externe bronnen gaat om KvK informatie en financiële en eventueel bestuurders en structuur gerelateerde informatie en gegevens van andere instanties.
3.2.3.2. Oordeel vormen
Dit is de fase van het verdiepend onderzoek, waarin een materiële controle met eventueel detailcontrole worden uitgevoerd van de verzamelde informatie aan de hand van het normen- en toetsingskader. In het onderzoeksplan wat met de aanbieder wordt gedeeld bij aanvang van het onderzoek zijn doel en de aanpak beschreven. Als het controledoel niet zonder raadplegen van persoonsgegevens van de cliënten kan worden bereikt, wordt een detailcontrole uitgevoerd waarbij werkroosters, aanwezigheidsregistratie en eventueel cliëntdossiers kunnen worden beoordeeld.
Bij het verdiepend onderzoek wordt gebruik gemaakt van het normen- en toetsingskader wat van toepassing is voor de aanbieder. Met de verkregen gegevens wordt aan de hand van toetsvragen per criterium vastgesteld of er aan wordt voldaan of niet, toegespitst op de algemene of specifieke risicoanalyse. De beoordelingen per criterium worden gewogen getotaliseerd en daaruit volgen de bevindingen en een conclusie van het onderzoek, eventueel met een advies tot handhavings- en/of herstelacties. Bij bevindingen wordt classificatie gehanteerd waarbij de indeling van een bevinding afhankelijk is van de aard, omvang en van de tekortkoming. Deze classificatie(s) bepaalt mede het eindoordeel over doel- en rechtmatigheid van het onderzoek.
Over bevindingen en conclusie vindt afstemming plaats met de aanbieder: per bevinding stelt de toezichthouder een toelichting op de situatie, het probleem wat daardoor is ontstaan en het risico wat daardoor is opgetreden met de gevolgen die dit heeft. De aanbieder wordt daarop gevraagd de (grond)oorzaak te analyseren en omschrijven als ook welke herstelactie of aanbeveling tot duurzame verbetering c.q. oplossing leidt. Op basis daarvan worden in de volgende fase concrete afspraken gemaakt tussen aanbieder en toezichthouder.
3.2.3.3. Interveniëren
In de fase van interveniëren wordt een besluit genomen op basis van advies van de toezichthouder over afspraken over herstelacties en eventuele handhavingsmaatregen die worden opgelegd. Het concept rapport deelt de toezichthouder met de aanbieder die in de gelegenheid wordt gesteld om haar zienswijze te geven. Na de verwerking daarvan wordt ook het voorgenomen besluit voor handhavingsmaatregelen voorgelegd. Met inachtneming van een eventuele zienswijze vindt dan besluitvorming plaats en wordt de uitvoering ervan door de toezichthouder gemonitord. Het publiceren van een samenvatting van het onderzoek is het sluitstuk van een verdiepend onderzoek waarbij de aanbieder ook in de gelegenheid is om hierbij een reactie te plaatsen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.3.
Uitvoeren verdiepend onderzoek
Onderdeel van Algemeen Controleplan 2024 – 2025 Sociaal Domein Gemeente Breda