Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7.

Afbakening Jeugdwet

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Voorschoten 2025

1.. Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als er aanspraak mogelijk is op de Wlz, of als er een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Zvw en/of Passend Onderwijs bestaat. 2.. Voor de overgang van 18- naar 18+ geldt dat: Als de zorg vanaf 18 jaar op grond van een andere wet (zoals Zvw, Wlz of Wmo) kan worden verleend, de gemeente geen jeugdhulpplicht meer heeft. Als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde jeugd-GGZ of jeugd-LVG), dan blijft de gemeente wèl verantwoordelijk voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar. Behoudens artikel 1.1, lid 3 Jeugdwet is doorloop van jeugdhulp vanaf de 18e verjaardag noodzakelijk, is de noodzaak van jeugdhulp bepaald vóórdat de jeugdige 18 jaar is dan wel wordt de noodzakelijke jeugdhulp hervat binnen zes maanden na het beëindigen ervan voordat de jeugdige de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. 3.. Zorg in de (aanvullende) ziektekostenverzekering is een uitsluitingsgrond, hieronder vallen de vaktherapieën. Dit geldt voor zowel pgb als zorg in natura (ZIN). Er kan geen individuele voorziening jeugdhulp worden verstrekt voor vaktherapie, tenzij: De vaktherapie een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. Er sprake is van een (vermoede) DSM V beschreven stoornis of diverse kenmerken ervan en de regiebehandelaar van de betrokken GGZ organisatie uit het ZIN aanbod de vaktherapie adviseert en inzet. Er sprake is van een chronische verstandelijke, psychische of lichamelijke beperking die de ontwikkeling en het functioneren langdurig zal blijven beperken en er behandeling en herstel niet meer mogelijk lijkt en de regiebehandelaar van de betrokken GGZ organisatie uit het ZIN aanbod de vaktherapie adviseert en inzet. In deze uitzonderingsgevallen kan de desbetreffende jeugdhulpaanbieder onder eigen regie vaktherapie inzetten. Indien ouders een aanvullende verzekering hebben die vaktherapie vergoedt, dan geldt dit als voorliggende voorziening die in plaats van jeugdhulp kan worden ingezet. Voor enkel vaktherapie kan geen individuele voorziening jeugdhulp worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering. 4.. Respijtzorg (zie toelichting op deze beleidsregels) biedt ouders de mogelijkheid hun zorgtaken voor hun kind tijdelijk aan een ander over te dragen. Hierdoor kunnen zij af en toe vrijaf nemen van de zorg voor hun kind waardoor zij de zorg voor hun kind beter kunnen volhouden. Respijtzorg kan eens of meermaals per kalenderjaar worden ingezet. Respijtzorg is een belangrijk middel om overbelasting van ouders te voorkomen. Respijtzorg kan alleen aangevraagd worden door middel van een individuele voorziening jeugdhulp indien dit in het kader van een voorliggende voorziening, zoals de Wlz, Zvw of vanuit de Participatiewet (zoals de Beleidsregel kinderopvang sociaal domein) niet mogelijk is. Respijtzorg in het kader van de Jeugdwet kan alleen ingezet worden als de jeugdige voor wie de zorg wordt aangevraagd is aangewezen is op permanent toezicht en begeleiding, persoonlijke verzorging of verpleging ontvangt. Onder respijtzorg verstaan we niet jeugdhulp die bedoeld is voor naschoolse opvang of opvang tijdens de schoolvakanties. In zeer specifieke omstandigheden kunnen jeugdigen gebruik maken van een naschoolse opvang of vakantieopvang. Dit geldt voor jeugdigen die onder cluster 1 en 2 onderwijs volgen, jeugdigen die cluster 3 en 4 onderwijs volgen en jeugdigen die zeer agressief gedrag vertonen en voor wie een BSO-plus voorziening onvoldoende begeleiding kan bieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel