Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.

Voorwaarden besluitvorming aanvraag pgb

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Voorschoten 2025

1.. In artikel 10 van de Verordening zijn de wettelijke voorwaarden voor het pgb neergelegd ter beoordeling aan het college. Om over te gaan tot beoordeling van een aanvraag voor verstrekking van een pgb ten behoeve van de inzet van jeugdhulp, moet het college zich ervan overtuigen dat voldaan wordt aan de in lid 3 genoemde voorwaarden. De cliënt verschaft de noodzakelijke inlichtingen of gegevens en verleent zijn medewerking aan het onderzoek. De voorwaarden zijn cumulatief. 2.. Alleen het college is gemachtigd om te beslissen over jeugdhulp via een pgb. 3.. Het college beslist over het al dan niet verstrekken van een pgb aan de jeugdige en/of aan de hand van de volgende voorwaarden: Er is vanuit het onderzoek een ondersteuningsplan (artikel 2.4) waaruit de indicatie blijkt dat de inzet van niet vrij toegankelijke jeugdhulp noodzakelijk is. De jeugdige en / of zijn ouders of een door hen aangewezen budgethouder naar oordeel van het college voldoende in staat zijn om de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De jeugdige en ouders voldoende kunnen motiveren waarom een voorziening vanuit het ZIN aanbod onvoldoende toereikend is. De jeugdhulp die de jeugdige en / of zijn ouders van het budget willen betrekken naar oordeel van het college van goede kwaliteit is. De jeugdige en / of zijn ouders hebben een budgetplan opgesteld waarin minimaal is opgenomen: De gegevens van de jeugdige voor wie het pgb bedoeld is. De gegevens van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger(s)d. De gegevens van de budgethouder wanneer de wettelijk vertegenwoordiger(s) of ouder(s) het pgb niet zelf beheren. De hulpvraag van de jeugdige en/of opvoeder(s). Korte analyse van de situatie zoals omschreven in het ondersteuningsplan. Welke zorgverlener de aanvrager wil inzetten. Indien de zorgverlener iemand uit het netwerk betreft (informele zorg) moet de relatie tot de jeugdige worden vermeld. Waarom de jeugdige en / of ouders deze zorgverlener in willen zetten en wat de meerwaarde is van de gekozen zorgverlener t.o.v. het door de gemeente ingekochte zorgaanbod (ZIN). Wat gaat de zorgverlener gaat doen. Dat de zorgaanbieder, zelfstandige zonder personeel dan wel informele zorgverlener (sociaal netwerk) voldoen aan de kwaliteitseisen zoals vernoemd in hoofdstuk 4 van deze beleidsregels. Hoeveel de aanvrager aan de zorgverlener wil gaan betalen. Welke inzet (hoeveel uur per dag/week/maand) de aanvrager denkt nodig te hebben. Hoe de aanvrager de ondersteuning gaat evalueren. Hoe de aanvrager zorgt voor vervanging bij vakantie of ziekte/overbelasting van de zorgverlener. Hoe overbelasting bij informele zorg wordt voorkomen. Wat de aanvrager doet bij ontevredenheid over de geleverde zorg. Hoe de aanvrager zich heeft georiënteerd op wat er komt kijken bij budgethouderschap. Bijzonderheden die van toepassing zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel