De kosten voor de verwerking van restafval worden hoger. De overheid heft sinds 2017 een afvalstoffenbelasting per ton afval die verbrand wordt. Bedroeg dit bedrag in 2017 €13,11 per ton, in 2024 staat de teller op €39,23 per ton. De verwachting is dat dit bedrag jaarlijks verder zal oplopen.
Hier bovenop heeft het kabinet in 2021 een CO2-heffing geïntroduceerd. De CO2-heffing koppelt een prijs aan de industriële emissie van een ton CO2. Op dit moment vallen nog veel bedrijven binnen de vrijstelling die het kabinet tijdelijk heeft ingesteld, zodat zij hun processen anders kunnen inrichten. De verwachting is dat deze heffing een oplopend financieel effect gaat hebben op het huishoudelijk afval. De overheid kan de hoogte van de heffing aanpassen en de hoeveelheid CO2 die onder de vrijstelling valt. De verwachting is dat deze kosten voor 2030 zullen oplopen tot minimaal € 30 per aangeleverde ton restafval. Deze belasting komt bovenop de bestaande verbrandingsbelasting.
We hebben de ontwikkelingen van deze heffingen in kaart gebracht voor de huidige tonnages. Op dit moment betaalt gemeente Opmeer € 63.000 verbrandingsbelasting bovenop haar normale verwerkingskosten voor restafval. Indien de gemeente er niet in slaagt om met een aanpassing in het beleid de hoeveelheid restafval omlaag te brengen, zullen deze heffingen in 2030 stijgen naar € 175.000. Dit betekent een ruime verdubbeling van de heffing op verbranding van restafval. Deze stijging komt bovenop de autonome stijging van de verbrandingskosten en de arbeidskosten.
Om deze serieuze kostenstijging te dempen is het zeer belangrijk om de hoeveelheid huishoudelijk restafval zoveel als mogelijk te verlagen. Deze heffingen worden immers alleen geheven op afval dat verbrand wordt en niet op de gescheiden grondstoffen.