3.1 Vaststellen hulpvraag en doelstellingen
Nadat de rechthebbende op de brede ondersteuning zich bij de gemeente heeft gemeld voor brede ondersteuning, dan wel wanneer de gemeente de gegevens van UHT heeft ontvangen van de rechthebbende die een hulpaanbod wenst, wordt binnen twee weken contact opgenomen voor het plannen van een eerste gesprek. Voor dit gesprek geldt dat het een fysieke afspraak is.
3.2Het plan van aanpak
Voor elke rechthebbende die een beroep doet op tijdelijke ondersteuning wordt een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak wordt samen met de rechthebbende opgesteld en is voorwaardelijk voor het bieden van brede ondersteuning en wordt schriftelijk verstrekt aan de rechthebbende.
Brede ondersteuning is gericht op het kunnen maken van een nieuwe start op de vijf leefgebieden wonen, financiën, gezin, werk en zorg. Wat onder de nieuwe start wordt verstaan wordt zo nauwgezet als mogelijk omschreven in het plan van aanpak.
De onderstaande doelstellingen op de leefgebieden bieden vervolgens een evenzeer zo nauwgezet mogelijke beschrijving van de situatie die de rechthebbende naar het oordeel van het college in staat stelt om een nieuwe start te kunnen maken.
Leefgebied
Doelstelling
Omschrijving doelstelling
Wonen
Passende woning
Veilige, betaalbare en passende plek om te wonen
Financiën
Financieel vaardig en in balans
In staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren
Gezin
Veilige leefomgeving
Samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen
Werk
Werkzekerheid
Duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces of het hebben van een startkwalificatie
Zorg
Positieve gezondheid
Welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid
De functionarissen belast met de uitvoering van de Wet hersteloperatie toeslagen hanteren de instructies van de VNG: “Uitgangspunten voor het bieden van brede ondersteuning en het opstellen van het plan van aanpak” van februari 2023. Daaropvolgend betekent dit dat het opstellen van een plan van aanpak vanuit de wet randvoorwaardelijk is en dat de gemeente in eerste plaats op basis van dit plan hulp verleent. Welke hulp precies wordt verleend is maatwerk. De individuele omstandigheden van de aanvrager moeten altijd onderzocht worden om te kunnen bepalen welke voorziening passend is.
3.3Behandeltermijnen plan van aanpak
Het eerste gesprek is altijd een fysiek gesprek op het gemeentehuis van Voorschoten. Andere vormen van gesprek worden aangemerkt als niet adequaat. In het eerste gesprek wordt de huidige situatie op de vijf leefgebieden besproken met de rechthebbende en wordt de situatie getoetst aan de bovenstaande doelstellingen. Vervolgens worden binnen acht weken na het eerste gesprek, de te behalen doelen en de naar het oordeel van het college benodigde ondersteuning in het plan van aanpak vastgelegd.
De datum van het eerste gesprek wordt vastgelegd in het plan van aanpak, omdat de termijnen voor het verstrekken van materiële voorzieningen en de doorlooptijd van de brede ondersteuning gekoppeld zijn aan het eerste gesprek. Het plan van aanpak is tevens de verleningsbeslissing (de beschikking) waartegen bezwaar- en beroep openstaat. Daarmee wordt de rechtsbescherming van de rechthebbende gewaarborgd. Ook de rechthebbende ondertekent het plan van aanpak.
De gemeente heeft na het eerste gesprek twee jaar de tijd om samen met de rechthebbende te komen tot een volledig plan van aanpak. De hulpverlening kan langer doorlopen dan twee jaar.
3.4 Brede ondersteuning is gericht op hulp, niet op materiële voorzieningen (goederen)
Brede ondersteuning is gericht op hulp. De brede ondersteuning is niet gericht op het verstrekken van materiële voorzieningen (goederen). Het kan hoogstens ondersteunend zijn als het de weg vrijmaakt voor de inzet van hulp. Goederen als vorm van voorziening worden daarom alleen ingezet als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht voor én langdurig bijdraagt aan het gestelde doel in het plan van aanpak. Het enkel verstrekken van een goed kan om die reden nooit een doel op zich zijn. Wanneer het verstrekken van een goed naar oordeel van het college enkel gewenst is, maar niet noodzakelijk, dan valt het gevraagde goed niet onder de brede ondersteuning.
Indien het verstrekken van een goed noodzakelijk is om het gestelde doel in het plan van aanpak te bereiken, wordt in beginsel een redelijk normbedrag gehanteerd. Om te bepalen welk normbedrag redelijk is, hanteert het college bedragen zoals geadviseerd door het Nibud. Deze bedragen heeft het Nibud in generieke zin vastgesteld op basis van objectieve informatie, verkregen uit onderzoek, over inkomsten, uitgaven, bestedingspatronen en kosten van levensonderhoud. Het college hanteert het ‘ja, tenzij’ beginsel bij het toepassen van de bedragen. Tenzij de noodzaak is onderbouwd, kan er tot maximaal 120% van de normbedragen worden toegepast.
Indien de inzet van een of meerdere voorzieningen en/of middelen onderdeel uitmaakt van het plan van aanpak, verstrekt het college zo veel als mogelijk in natura.
3.5 Inzet voorzieningen
De voorzieningen die nodig zijn om een nieuwe start te kunnen maken, worden getoetst aan de gestelde doelstellingen en vervolgens toegekend en gemotiveerd via het plan van aanpak. Uit de motivering moet blijken dat:
de hulp op een duurzame manier bijdraagt aan de gestelde doelen;
de doelen alleen worden bereikt als een bepaalde voorziening of goed wordt ingezet.
3.6 Noodzaak versus wens
Bij het bepalen welke voorzieningen worden ingezet voor de rechthebbende, wordt onderscheid gemaakt tussen wens en noodzaak. De inzet van voorziening(en) en/of goed(eren) moet(en) naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om het gestelde doel te bereiken. Wordt het doel niet bereikt als de voorziening of het goed niet wordt ingezet, dan wordt vervolgens redelijkerwijs gekeken naar de meest adequate manier om dit doel alsnog te bereiken.
3.7 Toeleiding naar reguliere ondersteuning
Als de brede ondersteuning is afgerond, maar iemand heeft nog wél hulp nodig, staat de reguliere hulp en ondersteuning vanuit het gemeentelijk sociaal domein - met de daarvoor geldende criteria en voorwaarden - open.
3.8 Huisbezoek noodzakelijk voor vaststellen noodzaak en omvang
Indien het college de noodzaak en de omvang van de verstrekking van een voorziening onvoldoende in een fysiek gesprek kan vaststellen, zal een huisbezoek plaatsvinden. Het huisbezoek geeft een beter beeld over met name de woon- en leefsituatie van de rechthebbende in relatie tot de brede ondersteuning. Een huisbezoek vindt in overleg met de rechthebbende plaats en zal vooraf worden aangekondigd. Als de rechthebbende het huisbezoek niet op prijs stelt, heeft deze het recht om het huisbezoek te weigeren. Weigering zal van invloed zijn op de brede ondersteuning indien het college daardoor onvoldoende in staat is om vast te kunnen stellen wat de rechthebbende nodig heeft voor het kunnen maken van een nieuwe start.
3.9 Wijze van verstrekken
Op basis van het plan van aanpak ontvangt de betrokkene een beschikking. In het plan van aanpak wordt, indien van toepassing, het maximale bedrag van de voorziening opgenomen of de kosten voor de voorziening(en) wordt/worden direct door de gemeente aan de leverancier/derden voldaan en gekoppeld aan het plan van aanpak.
3.10 Eenmalige toekenning en uitkering
Voorzieningen worden eenmalig toegekend en derhalve slechts éénmalig uitgekeerd. Aanvragen voor middelen die al eerder op grond van de brede ondersteuning zijn uitgekeerd, worden ook niet vervangen of vernieuwd.
3.11 Indienen betaalbewijzen
Indien een goed of voorziening niet in natura kan worden voldaan, dient de rechthebbende uiterlijk een maand na ontvangst van betaling door de gemeente de betaalbewijzen in te dienen bij de gemeente. In het plan van aanpak staat vermeld op welke wijze betaalbewijzen kunnen worden ingediend. Wordt niet aan deze termijn voldaan, zal het verstrekte bedrag worden teruggevorderd.
3.11 Uitsluiting van vergoeding
De volgende voorzieningen worden uitgesloten van brede ondersteuning:
Verkeersboetes
Medisch-cosmetische ingrepen
Auto- en motorvoertuigen
Verbouwingen en/of werkzaamheden aan de tuin
Energiekosten
Vakanties
Nieuw gemaakte schulden na 1 juni 2021 (zie artikel 3.12)
Kosten die voortvloeien uit onvoorziene gebeurtenissen (bijvoorbeeld schade door weersomstandigheden, lekkages e.d.)
Luxegoederen (smartwatches, spelcomputers, elektrische steps)
Wmo-voorzieningen en Jeugdarrangementen o.b.v. de Jeugdwet
3.12 Geen schulden vanuit de brede ondersteuning
Het rijk heeft een schuldenaanpak opgesteld voor erkende gedupeerden en (ex-)toeslagenpartners. Deze is gericht op het binnen de reikwijdte van de diverse regelingen, betalen en kwijtschelden van achterstallige betalingen. De regelingen hebben betrekking op publieke schulden, private schulden, schulden die betaald zijn vanuit de ontvangen compensatie en een regeling voor de afhandeling van ouders met een schuldregeling (Msnp/Wsnp). De schuldenaanpak is daarmee onderdeel van het financieel herstelproces. De uitvoering is belegd bij (de gemandateerde van) het Ministerie van Financiën – en niet bij de gemeente. Er worden vanuit de brede ondersteuning om die reden geen schulden betaald als onderdeel van het plan van aanpak. Hierop zijn twee uitzonderingen van toepassing:
Jongeren en jongvolwassenen die in aanmerking komen voor het saneren van (problematische) schulden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021;
Het voorkomen van bedreiging van de eerste levensbehoefte(n). Te denken valt aan het voorkomen van huisuitzettingen of afsluiting van gas/water/licht. Het college doet in dat geval wat nodig is om de dreiging af te wenden. In die gevallen worden, naast de inzet van hetgeen acuut nodig is, ook te allen tijde voorzieningen ingezet die op een duurzame manier bijdragen aan een nieuwe start en het voorkomen van herhaling van de dreiging.
3.13 Monitoring en evaluatie
Het college voert periodiek een evaluatie uit om te beoordelen of de ondersteuning effectief is.
3.14 Geen terugwerkende kracht
Er worden geen voorzieningen toegekend met terugwerkende kracht, omdat het college in die gevallen de noodzaak van verstrekking niet heeft kunnen vaststellen. Het vergoeden van geleden schade of gemiste kansen in het verleden, is geen onderdeel van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor brede ondersteuning.
3.15 Wijziging of herziening plan van aanpak
Behoudens de situatie dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die een wijziging van de eerder vastgestelde doelstellingen en benodigde ondersteuning rechtvaardigt, kan het plan van aanpak alleen tussentijds binnen de doorlooptijd van de gestelde twee jaar worden aangepast en alleen dan als de aanpassing in lijn is met de eerder vastgestelde doelstellingen op de vijf leefgebieden.
Artikel 3
Vaststellen hulpvra(a)g(en) en opstellen plan van aanpak
Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire gemeente Voorschoten