Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 18.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Voorschoten 2025

1.. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die wel of niet geagendeerd zijn. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk de dag voorafgaand aan de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3.. Indien een inspreker zich later dan een dag voorafgaand aan de vergadering aanmeldt, beslist de voorzitter over het toestaan voor het spreekrecht van de vergadering. 4.. De inspreker kan niet het woord voeren over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. individuele aangelegenheden die alleen op de spreker betrekking hebben. 5.. De commissiegriffier deelt aan de inspreker mee hoe laat en hoe lang hij het woord kan voeren. 6.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 7.. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 8.. De burgemeester en wethouders kunnen het woord verzoeken indien zij het noodzakelijk achten voor de correctie van weergegeven feiten. Verder nemen zij geen deel aan het gesprek tussen inspreker en commissieleden. 9.. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel