Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.8.

Artikel 7.8.1.

Meer of minder hulp

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Diemen 2025

Voor de individuele cliëntsituatie geldt dat moet worden bepaald welke activiteiten (eventueel) niet of met een lagere frequentieof tijdbesteding door de huishoudelijke hulp uitgevoerd dienen te worden (vanwege de eigen mogelijkheden van de cliënt inzet van zijn/haar netwerk). Daar waar de normen van de cliënt ten aanzien van frequentie van de activiteiten lager liggen dan gemiddeld genomen (zie bijlage 1b ‘Frequentieoverzicht huishoudelijke activiteiten’) wordt dit in mindering gebracht op de toe te kennen uren, zolang hiermee het resultaat een schoon en leefbaar huis niet in het geding komt. welke activiteiten (eventueel) om een hogere frequentie of tijdsbesteding van de huishoudelijke hulp vragen (op basis van kenmerken van de cliënt, zijn/haar huishouden en de omgeving rond het huis). Het dient altijd inzichtelijk gemaakt te worden op grond van welke kenmerken van de cliënt en/of diens woning, diens huishouden is gewogen. De Wmo-consulent maakt inzichtelijk welke kenmerken van de cliënt, diens woning en huishouden zijn meegewogen in het bepalen van de hoogte van de indicatie voor hulp bij het huishouden.

Rechtspraak bij dit artikel