Het in artikel 2 gestelde verbod geldt niet voor:
inrichtingen van waterleidingbedrijven bestemd voor de bereiding van drinkwater, die noodzakelijk zijn voor of worden uitgevoerd met het oog op de bereiding van drinkwater, ten behoeve waarvan de bescherming van het waterwingebied is aangewezen en
overige inrichtingen die voor het in werking treden van dit besluit aanwezig waren met een vergunning op grond van artikel 8.1, eerste lid, van de wet of die voldoen aan het vereiste van artikel 8.1, tweede lid, van de wet.