De burgemeester trekt de vergunning in:
op verzoek van de vergunninghouder;
indien blijkt dat ter verkrijging van de vergunning
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en op
de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als
de juiste of volledige gegevens bekend waren
geweest;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan
de vergunning is verleend zodanig zijn gewijzigd dat een
situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 7, sub b.,
d. of e.;
indien naar zijn oordeel de exploitatie van de
speelautomatenhal geschiedt in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften;
indien de exploitatie van de speelautomatenhal voor een
periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken,
anders dan wegens overmacht.