**31.** Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op:
de goede vervulling van het ambt of
de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
**32.** Een bestuurder maakt tenminste eenmaal per jaar melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de nevenfunctie wel of niet bezoldigd is. Een overzicht hiervan wordt jaarlijks - samen met het overzicht van de nevenfuncties van de andere bestuurders - in het provinciaal blad gepubliceerd.
**33.** Een bestuurder die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot de te maken kosten.
**34.** Het college beslist, voor zover het daartoe beslissingsruimte heeft, over het door een bestuurder aangaan van een nevenfunctie uit hoofde van zijn ambt.
Artikel 3.