Naar hoofdinhoud
31. Een statenlid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. 32. Een statenlid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het verstrekken van informatie achterwege blijft op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 33. Een statenlid maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke relaties gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Rechtspraak bij dit artikel