Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 10.

Verordeningen

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Plassenschap Loosdrecht en Omstreken 2007

1. De vaststelling van door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven verordeningen geschiedt door de Plassenraad. 2. De Plassenraad doet een ontwerp van de vast te stellen verordening zoals bedoeld in het eerste lid toekomen aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies. 3. Na verloop van drie maanden na de verzending van het ontwerp kan de Plassenraad de verordening vaststellen, tenzij een met redenen omkleed schriftelijk bericht is ontvangen dat een van de deelnemende gemeenten of provincies van mening is dat de verordening in zijn geheel of gedeeltelijk buiten de taak van het Plassenschap valt. 4. Indien zodanig bericht tijdig is ontvangen en de Plassenraad blijft bij zijn aanvankelijke wens tot vaststelling van de verordening, dan stelt hij de Minister van Binnenlandse Zaken hiervan in kennis. Deze hoort de Plassenraad en de betrokken deelnemer en beslist of en in hoeverre de verordening buiten de taak van het Plassenschap valt. De Plassenraad voegt zich naar deze beslissing. 5. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de afkondiging van de verordening op de in de gemeenten en provincies gebruikelijke wijze.

Rechtspraak bij dit artikel