Naar hoofdinhoud
1. De rekenkamer zendt de ontwerpbegroting en de meerjarenraming zes weken voordat de begroting wordt vastgesteld, doch uiterlijk op 1 juni, toe aan de deelnemers. De deelnemers kunnen hun zienswijze over de ontwerp-begroting en de meerjarenraming naar voren brengen. Artikel 48, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regeling is van overeenkomstige toepassing. 2. De rekenkamer stelt de begroting uiterlijk per 15 juli vast en zendt deze terstond aan de deelnemers en aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Artikel 48, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regeling is van overeenkomstige toepassing. 3. Bij de uitvoering van de vastgestelde begroting draagt de rekenkamer zorg voor een effectief en efficiënt beleid met betrekking tot de uitgaven die betrekking hebben op de beheerstaken in het kader van de dagelijkse bedrijfsvoering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel