Naar hoofdinhoud
1. Het aantal leden van de rekenkamer wordt bepaald op één. 2. Bij de instelling van de rekenkamer wordt tegelijk met de benoeming van het lid van de rekenkamer door de deelnemers gezamenlijk één plaatsvervanger aangewezen. 3. De vergoeding van het lid van de rekenkamer en diens plaatsvervanger voor hun werkzaamheden en de kostenvergoeding worden bepaald in een afzonderlijk besluit van de deelnemers gezamenlijk, dat aan deze regeling wordt gehecht. 4. Bij de instelling van de rekenkamer en de daarop volgende benoeming van het lid daarvan, kan de benoeming van het plaatsvervangende lid plaatsvinden op een later te bepalen tijdstip dan het in het tweede lid genoemde. Dit tijdstip is in ieder geval gelegen binnen een jaar na de benoeming van het lid van de rekenkamer. 5. Het lid van de rekenkamer en de plaatsvervanger zijn eenmaal herbenoembaar. 6. In geval van een tussentijdse vacature van het lid of diens plaatsvervanger zorgen de deelnemers gezamenlijk terstond voor de benoeming van een nieuw lid of van het plaatsvervangende lid. Een dergelijke benoeming geschiedt voor een volledige zittingsperiode van zes jaar. 7. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 79g van de Provinciewet leggen het lid en het plaatsvervangende lid de eed of belofte af in de vergadering van provinciale staten van Flevoland. 8. Het lid van de rekenkamer vormt het bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel