Naar hoofdinhoud
1. Het is verboden in grondwaterbeschermingsgebieden op te richten: een inrichting als bedoeld in categorie 5 van bijlage l bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, waarin de opslag van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen ondergronds plaatsvindt; een inrichting als bedoeld in de categorieën 1 tot en met 4 en 6 tot en met 29 van bijlage 1 bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, waarbinnen zich een of meer ondergrondse tanks voor de opslag van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen bevinden. 2. Het is verboden in grondwaterbeschermingsgebieden een inrichting als bedoeld in het eerste lid onder a of b te exploiteren, te gebruiken of te hebben, voor zover de inrichting bestaat uit een of meer ondergrondse tanks met een inhoud van 5.000 liter of minder of voor zover zich binnen de inrichting een of meer ondergrondse tanks met een inhoud van 5.000 liter of minder bevinden. 3. Het is verboden in grondwaterbeschermingsgebieden een inrichting als bedoeld in het eerste lid of de werking van een inrichting als bedoeld in het eerste lid te veranderen, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat die verandering wat betreft aard of omvang nadelige gevolgen heeft voor de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning.

Rechtspraak bij dit artikel