**1..** Om onevenredig financieel nadeel te beperken, na de inning van de eigen bijdrage, wordt er een inkomensgrens gehanteerd voor het netto (gezin)inkomen van de ontheemde. De inkomensgrens bedraagt 115% van de som van het leefgeld, waar gelet op de gezinssamenstelling aanspraak op gemaakt zou worden als er geen inkomen was, en de te betalen eigen bijdrage. De toetsing van het inkomen gebeurt voor de beoordeling of een eigen bijdrage wordt geïnd.
**2..** Indien het inkomen van de ontheemde, die in de gemeentelijke opvang verblijft, hoger is dan 115% van het Leefgeld en de eigen bijdrage tezamen, dan wordt een eigen bijdrage voor het verblijf in de gemeentelijk opvang geïnd.
**3..** Voor de toets op onevenredig nadeel, zoals beschreven in het eerste en tweede lid, geldt een bovengrens die gelijk is aan de bijstandsnorm (voor een alleenstaande of gehuwden), die van toepassing zou zijn op de ontheemde als deze een uitkering op grond van de Participatiewet zou ontvangen.
**4..** Bij de berekening van de bovengrens, zoals genoemd in lid 3, wordt uitgegaan van het netto (gezin)inkomen inclusief vakantiegeld, verminderd met de bijzondere periodieke kosten. Hiermee wordt voorkomen dat ontheemden onevenredig nadeel ondervinden. Het is aan de ontheemde om deze bijzondere kosten zelf in kaart te brengen en te onderbouwen.
**5..** Bij het innen van de eigen bijdrage voor de ontheemde, worden overeenkomstig artikel 3:4 Awb de belangen van alle betrokkenen zorgvuldig afgewogen. Het doel is om een evenwichtige en redelijke beslissing te nemen en daarmee onevenredig nadeel te voorkomen.
Artikel 10
- Toetsing onevenredig financieel nadeel en Inkomensgrens ontheemden
Onderdeel van Beleidsregels leefgeldregeling en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne