Het burgervoorstel wordt in aanwezigheid van de initiatiefnemer behandeld in de commissie Burgerinitiatief en daarna ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
De voorzitter van de commissie bepaalt in overleg met de initiatiefnemer op welke datum het burgervoorstel in de commissie en de raadsvergadering geagendeerd wordt;
Als blijkt dat de initiatiefnemer niet in de commissievergadering aanwezig kan zijn, wordt de behandeling van het voorstel uitgesteld tot een in onderling overleg te bepalen datum;
Het presidium bepaalt de wijze van bespreking, de spreektijdenregeling en het aantal leden per fractie dat aan de commissiebehandeling kan deelnemen;
Indien de commissiebehandeling daartoe aanleiding geeft, wordt de initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld om het voorstel voorafgaande aan de raadsbehandeling aan te passen. De aanpassing wordt door de initiatiefnemer voorzien van een toelichting.
De raad kan een gewijzigd voorstel terugverwijzen naar de commissie voor nadere bespreking.
Het besluit van de raad over het burgervoorstel wordt op voorgeschreven wijze bekendgemaakt.
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer.