Naar hoofdinhoud
1.. De commissie bestaat uit ten hoogste tien leden, met inbegrip van de voorzitter. 2.. Gedeputeerde staten en provinciale staten gezamenlijk benoemen de leden van de commissie op grond van hun deskundigheid op het werkterrein van de commissie. 3.. In de commissie hebben, naast de voorzitter, leden zitting die kennis en ervaring hebben op één of meerdere gebieden van de provinciale kerntaken: duurzame ruimtelijke ontwikkeling & waterbeheer; milieu, energie & klimaat; vitaal platteland, natuurbeheer & ontwikkeling natuurgebieden; regionale bereikbaarheid & regionaal openbaar vervoer; regionale economie; culturele infrastructuur & monumentenzorg; kwaliteit van het openbaar bestuur. 4.. Gedeputeerde staten en provinciale staten gezamenlijk kunnen voor elk lid een plaatsvervanger benoemen. 5.. De leden hebben in de commissie zitting zonder last. 6.. Leden van gedeputeerde staten en provinciale staten en personen die zijn aangesteld in dienst van de provincie, dan wel van een gemeenschappelijk orgaan of openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, stichting, maatschap, vennootschap, vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij waar de provincie aan deelneemt, kunnen niet lid of plaatsvervangend lid van de commissie zijn.

Rechtspraak bij dit artikel