De machtiging geldt niet indien de aard van de bevoegdheid zich tegen uitoefening van de machtiging verzet. Zij geldt voorts niet:
voor het voorleggen van voorstellen aan gedeputeerde staten of, op grond van een algemeen mandaat als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Organisatiebesluit, aan leden van gedeputeerde staten;
voor het indienen van stukken bij provinciale staten;
voor de vaststelling dat de belanghebbenden bij een beslissing tot toepassing van bestuursdwang geen of onvoldoende maatregelen hebben getroffen als bedoeld in artikel 5:24, vierde lid, van de Awb;
voor kwijtschelding van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25, derde lid, van de Awb; • e. voor elke andere aan de secretaris opgedragen bijzondere taak, tenzij hij zelf anders bepaalt.