Deze ingreep wordt gezien als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw ingrijpend wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen. Het gebouw wordt duurzamer (ambitie (B)ENG), onderhoudsvriendelijker, functioneler en voldoet aan de eisen van Frisse Scholen klasse B voor het binnenklimaat.
Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar:
Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijs- en kinderopvangconcept).
Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen.
Ruimtelijke staat.
Verduurzaming van het gebouw.
Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2A (scope 40 jaar) zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
Een haalbaarheidsonderzoek toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context.
De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk het haalbaarheidsonderzoek op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt.
De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de voorwaarden voor nieuwbouw.
Voor levensduurverlengende renovatie en (vervangende) nieuwbouw wordt één investeringsbedrag gehanteerd, omdat levensduurverlengende renovatie (40 jaar) vanuit de gestelde ambities als volwaardig alternatief geldt en de kosten vrijwel gelijk zijn.
In het afwegingskader binnen het haalbaarheidsonderzoek dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van nieuwbouw:
Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of;
Het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of;
Het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of;
De exploitatie vormt geen probleem, en/of;
Levensduurverlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen en CO2 uitstoot worden hierin meegenomen, en/of;
Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of;
Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst);
Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen.
Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn.
De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget (daarbij past ook transparantie door inzicht te geven in MJOP’s).
In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie zijn nog vijf voorwaarden van toepassing:
Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing.
Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een haalbaarheidsonderzoek en betrokken organisaties komen gezamenlijk tot een besluit. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt.
Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept.
Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses).
Aandacht voor de klimaateffecten.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 2A:
levensduurverlengende renovatie met scope 40 jaar
Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs 2025-2040 gemeente Bergen