**1.** De secretaris heeft een algemeen mandaat tot het nemen van alle beslissingen die gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koningin kunnen nemen tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet als bedoeld in artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht of tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald; bij of krachtens dit besluit anders is bepaald of gedeputeerde staten of de commissaris van de Koningin in het algemeen of voor een bepaald geval anders bepalen of het mandaat intrekken. (2)
**2.** De secretaris heeft geen algemeen mandaat inzake de uitvoering van de taken van de commissaris van de Koningin die zijn geregeld in diens ambtsinstructie.
**3.** Onder een externe functionaris wordt verstaan: een functionaris die werkzaamheden verricht binnen de organisatie van de provincie Utrecht, niet zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel A 1, onderdeel a, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies aangesteld in dienst van de provincie voor bepaalde of onbepaalde tijd.
**4.** In afwijking van het eerste lid is een externe functionaris die tijdelijk de functie van secretaris vervult, slechts bevoegd tot het nemen van de volgende beslissingen als een directeur in dienst van de provincie daar middels parafering van bedoelde beslissingen mee instemt:
het aanstellen, overplaatsen, schorsen of (al dan niet met een beëindigingsovereenkomst) ontslaan van personeelsleden alsmede het opleggen van een disciplinaire straf;
het inhuren of detacheren van personeel en het in dat kader aangaan van financiële verplichtingen;
het aangaan van andere financiële verplichtingen en betaalbaarstelling vanaf € 125.000.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 14